Richard Schoutissen uit Deurne doet ongebruikelijk oorlogsonderzoek

Richard Schoutissen uit Deurne doet ongebruikelijk oorlogsonderzoek

Eindhovens Dagblad donderdag 4 mei 2017, Dominique Elshout

Onderzoek naar in de oorlog gesneuvelde Duitsers. Dat komt hem nogal eens op kritiek te staan.

Eén ding vooraf: Richard Schoutissen (47) uit Deurne koestert geen sympathie voor nazi Duitsland. Het onderzoek dat hij doet naar Duitse oorlogsdoden is geen verkapte sympathiebetuiging aan Hitler en het Derde Rijk. Eigenlijk is het toevallig dat Schoutissen zich richt op gesneuvelde Duitsers. ,,Het had- den ook Engelsen kunnen zijn.”

Dat het Duitsers werden, heeft te maken met een ontmoeting op de oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn, waar 32.000 oorlogsdoden liggen, merendeels van Duitse komaf. Bij het graf van ene Stefan Gruber trof Schoutissen jaren geleden een vrouw die meer wilde weten over deze gesneuvelde militair. Hoe hij aan zijn eind was gekomen en waar. Schoutissen begon te zoeken naar de geschiedenis van Gruber, raakte gefascineerd en is inmiddels vraagbaak voor Duitse particulieren en overheidsinstanties die meer willen weten over Duitse oorlogsdoden. Van particulieren, die hem vaak weten te vinden via zijn website, krijgt hij brieven van het soort: ‘Ik zoek informatie over mijn opa. Hij was ordonnans op een motor, waarschijnlijk in de buurt van Nijmegen’.

Omdat Schoutissen de weg heeft leren kennen in Duitse, Oostenrijkse en Nederlandse archieven, lukt het hem regelmatig de gevraagde informatie te achterhalen. ,,Ik denk dat ik zo’n tweehonderd keer Duitse nabestaanden heb kunnen helpen. Vaak komen ze naar Deurne. Dan ga ik met ze op sjouw bij voorbeeld naar een graf en zijn ze me dankbaar.” Soms gaat het andersom en is wel alles bekend over een begraven Duitser, maar zoekt iemand nabestaanden. Zo was een groep Nederlanders die de luchtoorlog tussen 1940 en 1945 onderzoekt, op zoek naar de bij Meerkerk neergestorte Walther Donath. Schoutissen traceerde diens dochter, die daardoor nog wat persoonlijke bezittingen van haar vader in ontvangst kon nemen.

Dankbaarheid van nabestaanden is voor Schoutissen een belangrijke drijfveer. Die dankbaarheid helpt ook bij het pareren van de kritiek op zijn werk. De kritiek komt vaak op hetzelfde neer: waarom zou je Duitsers helpen, Duitsers zijn de vijand. Schoutissen, na de oorlog geboren, denkt anders. ,,Ook Duitse gesneuvelden hadden familie, waren gewoon mensen. Het verdriet van hun nabestaanden is niet anders dan het verdriet van anderen. Verdriet om een dode is iets universeels, hoe goed of slecht die dode ook was.”

De Deurnenaar merkt dat hij de laatste tijd meer verzoeken krijgt van Duitse nabestaanden, en ook dat de kritiek op zijn werk toeneemt. ,,Ik moet me steeds vaker verantwoorden en word daar een beetje moe van. Vaak gaan de opmerkingen die ik krijg direct over Hitler, vernietigingskampen, slachtpartijen, nazi, joden, deportatie, noem maar op. Maar er waren ook genoeg gewone jongens die naar de oorlog moesten. Ik zou ook niet weten welke keuze ik zelf gemaakt zou hebben in die tijd, want de geesten werden in Duits- land op allerlei manieren rijp gemaakt voor oorlog.”

Schoutissen schrijft regelmatig gemeenten aan met subsidieverzoeken, maar krijgt daar zelden een positieve reactie op. Hij denkt te weten hoe dat komt. ,,Gemeenten willen zich er niet aan branden. Als ik onderzoek deed naar Amerikanen, zou het een stuk gemakkelijker gaan.”

Nooit vergeten of nooit vergeven
Richard Schoutissen en voorzitter Martine Letterie van de Stichting Vriendenkring Neuengamme – die de herinnering aan doden in het Duitse concentratiekamp levend houdt – hadden vorig jaar een pittige mailwisseling. Letterie: ,,Zelfs als Duitse soldaten tot de categorie jonge ‘onschuldige’ soldaten behoorden die onder maatschappelijke druk tegen hun zin het leger in ging, en daarin in alleen bevelen uitvoerde, dan maakt dat hen nog niet tot slachtoffers. Want slachtoffer zijn betekent geen verantwoordelijkheid meer dragen, dat je er zelf niets aan kon doen. Als niemand er iets aan kon doen, is de weg vrij om het nog eens te laten gebeuren.”
Reactie Schoutissen: ,,Uit de overwegingen die u met mij deelt stel ik vast dat wij geheel anders naar oorlogsslachtoffers kijken. Uw overwegingen doen mij in de overtuiging verkeren dat voor u de oorlog nog steeds voortduurt. Dat kan zinvol zijn voor verwerking of eenvoud van denken, maar voor mij is het, al is het maar vanuit een humaan standpunt, ondenkbaar dat ik anno 2016 nog steeds in vijandschap zou denken. Er is wat mij betreft een wereld van verschil tussen nooit vergeten en nooit vergeven.”