Al vrij snel in 1940 werd “Huize De Romein” door de bezetter gevorderd om dienst te gaan doen als kaderschool van de NSB (Nationaal-Socialistische Beweging, zie ook Anton Mussert opent kaderschool Deurne). Er kwam een W.A. (Weerbaarheidsafdeling) en N.J.S. (Nationale Jeugdstorm) kaderschool. Een Nederlandse Jongerenbeweging naar voorbeeld van de Duitse Hitlerjugend en een weerbaarheidsafdeling waar jonge mannen hun opleiding in de nationaal-socialistische leer kregen.

De aanwezigheid van de Kaderschool zoals de wekelijkse marsen van haar leden door het centrum van Deurne zorgden voor veel ergernis van Deurnenaren. Op 26 oktober 1940 besloot een groep van ten minste 23 personen, jong en oud, om de aanwezige NSB’ers in de kaderschool een “lesje te leren” door enkele stenen in de richting van de kaderschool te gooien waarbij onder anderen 4 glas-in-lood ramen werden vernield. Geschrokken door het glasgerinkel ging Mathieu Hubert Prevo, commandant van de kaderschool, zoals enkele andere aanwezige NSB’er meteen naar buiten om polshoogte te nemen, daar zagen ze enkele verdachten op het erf van “Huize De Romein” en een groot aantal verdachten op de openbare weg die na het zien van deze zogenaamde “Zwarte Soldaten” er snel vandoor gingen.

Toen de commandant van de kaderschool verhaal ging halen bij de burgemeester, vertelde deze dat hij vernomen had dat er die dag in het centrum van Deurne problemen of onregelmatigheden te verwachten waren waardoor hij de politie gesommeerd had op in het centrum te blijven, ver van de kaderschool. Of deze geruchten door de verdachten verspreid werden om zo een afleidingsmanoeuvre te creëren om de kaderschool te overvallen is helaas niet bekend.

Door Franciscus de Clerck (Chef Gemeenteveldwachter) en Arnoldus van den Heurik (Gemeenteveldwachter) werd een onderzoek ingesteld en werden er in totaal 23 verdachten ondervraagd, te weten (in volgorde van verkregen verdachtennummer):

  • Goossens, Jacobus Johannes Christianus Maria (timmerman)
  • Lutters, Johannes (metselaar)
  • Lutters, Wilhelmus (timmerman)
  • van Hout, Theodoor Maria (elektricien)
  • Wiegersma, Piet (glazenier)
  • van der Heijden, Henri (chauffeur)
  • Maas, Johannes (fabrieksarbeider)
  • van Hout, Joannes Antonius (schilder)
  • Maas, Henricus (brandschilder)
  • Lutters, Paulus Josephus (metselaar)
  • van Someren, Cornelis (fabrieksarbeider)
  • van der Steijn, Cornelis Johannes (graanbezorger)
  • Hoonings, Johannes Martinus (chauffeur, monteur)
  • van der Zanden, Hendrikus Josephus (sigarenmaker)
  • Jagers, Johannes (losarbeider)
  • van de Kerkhof, Johan (rijwielhersteller)
  • van der Zanden, Hendricus Cornelis Gerardus (sigarenmaker)
  • van Griensven, Hubertus Antonius (rijwielhersteller)
  • van Griensven, Joseph marie (architect)
  • van Hoek, Albertus Laurentius (textielarbeider)
  • van de Westerlo, Antonius Hubertus Johannes (textielarbeider)
  • Nooijen, Martinus (landbouwer)
  • Nooijen, Arnolds Johannes (landbouwer)

Met uitzondering van Jacobus Johannes Christianus Maria Goossens, Johannes Lutters, Theodoor Maria van Hout en Henricus Maas werden de overige 19 verdachten, bij gebrek aan bewijs, niet vervolgd. Op 14 januari 1941 werden de vier verdachten dan ook gedagvaard om te verschijnen ter terechtzitting van de Rechtbank in het Paleis van Justitie te Roermond en wel op dinsdag 18 februari 1941.

Tijdens de terechtzitting werd niet alleen de vernieling van de 4 glas-in-lood ramen ten lasten gelegd maar ook een poging tot brandstichting, Mathieu Hubert Prevo, (commandant van de kaderschool) had namelijk verklaard dat tijdens het stenen gooien aan de andere zijde van de kaderschool de aanval was ingezet met een poging tot brandstichting. Goossens en van Hout werden bijgestaan door hun raadsman Mr. P. Trippels, advocaat te Roermond, Lutters en Maas voerden hun eigen verdediging. De vier verdachten werden uiteindelijk schuldig verklaard voor het vernielen van de 4 glas-in-lood ramen, omdat de brandstichting niet wettig en overtuigend kon worden bewezen werden de vier daarvoor vrijgesproken. De vier schuldigverklaarden werden veroordeelt tot (in volgorde van verkregen verdachtennummer):

  • Goossens, Jacobus Johannes Christianus Maria
    tot eene geldboete van VEERTIG GULDEN, die boete bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door plaatsing in eene tuchtschool voor den tijd van DRIE WEKEN.
  • Lutters, Johannes
    tot eene gevangenisstraf van EEN MAAND
  • van Hout, Theodoor Maria
    tot eene geldboete van VEERTIG GULDEN, die boete bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door plaatsing in eene tuchtschool voor den tijd van DRIE WEKEN.
  • Maas, Henricus
    tot eene gevangenisstraf van EEN MAAND

De geldboetes van fl. 40,00 werden door- of voor Goossens voldaan op 1 mei 1941 en door- of voor van Hout voldaan op 5 mei 1941. Het vonnis van de gevangenisstraffen van Lutters en Maas werden bij arrest van 19 mei 1941 vernietigd.

Later deed in Deurne de ronde dat er een geldboete van fl. 800,00 werd geëist en deze betaald werd door het verzet, in persoon van Hub van Doorne. Aangezien het gemiddelde weekloon voor een geschoolde arbeider toentertijd ongeveer fl. 35,00 en de schade ‘slechts’ 4 glas-in-lood ramen bedroeg werd dit verhaal mogelijk wereldkundig gemaakt om mensen op een voetstuk te plaatsen. Aan de andere kant zou deze weldoener ook de geldboetes van fl. 40,00 betaald kunnen hebben maar dit laatste zijn slechts gedachten die niet gebaseerd op onderzoek.

Volledig dossier is eventueel ter inzage beschikbaar bij de auteur.

Zie ook: Anton Mussert opent kaderschool Deurne
Zie ook: De Zwarte Soldaat 1940, Nr4 1e Jaargang
Zie ook: De Zwarte Soldaat 1940, Nr5 1e Jaargang

Kompaan van de Jeugdstorm (Veenstra) in één van de kamers in “Huize De Romein”, het glas-in-lood duidelijk zichtbaar.

‘Huize de Romein’

Waarschuwing van de NSB bandleider Frederik Ouwerling (broer van Hendrik Nicolaas Ouwerling), tevens eigenaar van ‘Huize de Romein’