Onderzoek naar oorlogsslachtoffers

Onderzoek naar oorlogsslachtoffers

Passie maakt Schoutissen tot expert

Bijzondere hobby van Deurnenaar Richard Schoutissen – onderzoek naar oorlogsslachtoffers, met name van Duitse komaf – wordt steeds omvangrijker.

DEURNE – Verzoeken, opdrachten en vragen komen vanuit allerlei hoeken en gaten en kunnen op elk moment van de dag binnenvallen. Ter illustratie opent Richard Schoutissen terloops zijn mail. Het laatste bericht is net binnen, van de BIDKL, de Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht. Via een aantal officiële kanalen in Duitsland en Nederland is de dienst door een Duitse vrouw gevraagd om meer informatie over haar vader, een gesneuvelde soldaat Sahlmann. De ogen van Schoutissen lichten meteen op. De naam zegt hem iets. Sahlmann, zo blijkt, staat op zijn website (oorlogsslachtoffers. nl) al vijf jaar als vermist in Liessel geregistreerd. ’s Avonds zal Schoutissen nog een half uur met de dochter van Sahlmann aan de lijn hangen in een poging om een van de niet-geïdentificeerde gesneuvelden op de lijst toch weer een naam te geven.

Zo gaat dat dus, zo gaat het voortdurend bij Richard Schoutissen. De 45-jarige Deurnenaar schat dat hij op het moment zo’n zeventig onderzoeken en onderzoekjes onder zijn hoede heeft. „Sommige lopen al drie of vier jaar. Die zitten in de slaapstand totdat er weer nieuwe informatie vrijkomt.”

Schoutissen vond de oorlog altijd al interessant. Als kind speelde hij graag soldaatje, de diensttijd was geen straf. Maar de hobby die hij daarna ontwikkelde, is uit de hand gelopen. Vele uren per week besteedt hij aan onderzoek naar de – zoals hij het zelf verwoordt – ‘vaak onbekende levens en de vaak onbekende dood van oorlogsslachtoffers’. Speciale aandacht gaat uit naar Deurne. Op een aparte site staat informatie over alle slachtoffers die nu bekend zijn. Geallieerden, Duitsers en vermisten. In Deurne gesneuveld, of er geboren. Bijna zevenhonderd in getal. „Dat aantal zal niet veel hoger meer worden”, vermoedt Schoutissen.

De Deurnenaar richt zich vooral op Duitse slachtoffers of Nederlandse gesneuvelden in Duitse krijgsdienst. Dat heeft niets met sympathie te maken, benadrukt hij. De ‘vijand’ werd vaak niet, of met veel minder egards en zonder uitgebreide administratie geborgen. Ook in de naoorlogse jaren kregen de Duitse slachtoffers – in vergelijking tot de Nederlandse gesneuvelden – weinig aandacht. Er is kortom veel meer te onderzoeken. Ook was er een directe aanleiding. Struinend over de Duitse begraafplaats in Ysselsteyn kwam hij, bijna twintig jaar geleden, in gesprek met een vrouw die een boekje aan het schrijven was over haar vader. Ze wist vrij veel over zijn leven, maar niet over zijn oorlogsjaren. Schoutissen zou kijken wat hij kon doen en ‘van het een kwam het ander’. „Die man had gediend in Polen en Rusland, daar ontzettend veel ellende meegemaakt, en is uiteindelijk gesneuveld in Lottum.”

Inmiddels heeft Schoutissen talloze boeken, mappen en documenten. Hij is vraagbaak voor mensen met een vergelijkbare hobby en Nederlandse en Duitse (overheids-) instanties en vormt het Nederlandse filiaal van de grote Duitse siteWeltkriegsopfer.de, die bijna 900.000 slachtoffers heeft geboekstaafd. Ook is hij soms gids op de begraafplaats in Ysselsteyn. De zoektochten brengen Schoutissen op vele plekken in Nederland en regelmatig in buitenlandse steden en dorpen.

Soms is er een betaalde opdracht, maar het overgrote deel is onbezoldigd. Hij werkt zelf halve dagen als administrateur. „Ik ben niet parttime gaan werken om deze hobby”, haast hij zich te zeggen. „Bij de geboorte van onze kinderen wilden we dat er altijd iemand thuis zou zijn. Dat werd ik. Nu gaan de kinderen naar school en kan ik gelukkig veel tijd besteden aan het onderzoek.” Soms, geeft hij toe, wordt het wel eens te veel. „Dan gaan we naar Oostenrijk op vakantie en prik ik toch even een dagje voor mezelf om in Innsbrück DNA-onderzoek te doen op stoffelijke resten. Dan voel ik me weleens schuldig ten opzichte van mijn gezin. Maar ja, ik wil die opdrachten zo goed mogelijk doen.”

Ik krijg überhaupt geen reactie van de gemeente Deurne. Dat vind ik jammer.

Schoutissen mist reactie gemeente

DEURNE – Richard Schoutissen mist bij zijn onderzoekswerk naar oorlogsslachtoffers elke vorm van respons bij de gemeente Deurne. Hij schreef al meerdere brieven naar het college van B en W, maar nooit werd daarop inhoudelijk gereageerd. „In die brieven stel ik zelf de vraag: kunnen we iets voor elkaar betekenen? Dan heb ik het niet meteen over sponsoring of zo. Ik denk meer aan een manier om mijn informatie te delen en te presenteren. Bijvoorbeeld via een digitaal monumentje of zo. Ik heb alle oorlogsslachtoffers met een Deurnese link in kaart gebracht, alle gegevens zijn voorhanden, wellicht kun je daar als gemeente iets mee. Maar ik krijg überhaupt geen reactie. Dat vind ik jammer.”

*klik op bovenstaande illustratie voor de originele versie