De legende, het baby’tje en de vader

De legende, het baby’tje en de vader

De Limburger dinsdag 4 april 2017, Peter Heesen

Wat is het verhaal achter de grijze, granieten kruisen? Die vraag willen Fred en Richard beantwoorden. Omdat de kruisen op de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn staan, zijn ze zelfs verdacht.

Na zijn verlof nam de Duitse sergeant afscheid van zijn verloofde met het gevoel dat hij haar niet meer zou zien. Zijn gevoel klopte. De 28-jarige Heinz Meding vond op 20 oktober 1944 de dood in Nederland. Zijn aanstaande echtgenote durfde het graf inYsselsteyn niet te bezoeken vanwege de heftige emotie die dat teweeg zou kunnen brengen. Fred zette de foto van het kruis op Find a grave, een website met graven van bekende en onbekende personen. Ene Kerstin plaatste eind 2016 een reactie: ‘Rust in vrede.’ Veel nabestaanden van Duitse soldaten die in de Tweede Wereldoorlog zijn gesneuveld, weten niet waar hun dierbaren hun laatste rustplaats hebben. Zeker als ze het leven lieten in het buitenland. Door de inspanningen van Fred zijn veel overledenen alsnog gevonden. Op doktersadvies moest Fred meer bewegen. Hij ging fietsen en kwam tijdens een van zijn ritjes langs de Duitse, militaire begraafplaats in Ysselsteyn. Hij liep het terrein op en werd nieuwsgierig naar het verhaal achter de doden. In tien jaar tijd fotografeerde hij alle, bijna 32.000 graven. Hij publiceerde die op Find a grave en voorzag die van aanvullende informatie.

Tijdens een van zijn bezoeken zag Fred „een vrouw met een dure bontjas” bij een graf staan. Zij herdacht haar vader Heinrich Kramm. Fred verdiepte zich in Kramm, die zijn laatste adem uitblies in 1941, en achterhaalde dat Heinrich de vader was van Heinz-Georg Kramm; beter bekend als Heino, de Duitse schlagerzanger met het blonde haar en de donkere zonnebril. Fred noteerde ook het tragische verhaal over Ernst Grähwe. De hospik, gelegerd in Deventer, verloor op 9 april 1945 zijn zoon Udo door een longontsteking. Een dag later weigerde hij deel uit te maken van het vuurpeloton dat vijf verzetsmensen moest fusilleren. Het werd zijn dood; hij werd neergeschoten door zijn commandant. 45 minuten later bevrijdden de Canadezen Deventer. Fred wil niet met achternaam en woonplaats in de krant, omdat hij bang is voor negatieve reacties. Wie interesse toont voor Duitse soldaten wordt snel als fout, bestempeld voor neonazi uitgemaakt. Hij benadrukt dat hij die „verwerpelijke ideeën niet aanhangt” en dat hij de oorlog niet wil verheerlijken. Fred wil enkel de gevallen soldaten en burgers een gezicht geven. Zoals dat in Margraten gebeurt met Amerikaanse militairen. Natuurlijk Duitsland was de agressor, de vijand. En in Ysselsteyn liggen militairen die “vreselijke misdadigers” waren. Maar veel soldaten die op het slachtveld achterbleven, waren niets anders dan kanonnenvoer. Slachtoffers die vrouwen en kinderen achterlieten.

Fred is niet de enige met deze “vreemde hobby” Er zijn er velen, zoals Richard Schoutissen (47) Geboren in Swalmen, woonachtig in Deurne. Hij doet al tientallen jaren onderzoek naar oorlogsslachtoffers, en dan vooral „dode Duitsers en foute Nederlanders”. Die liggen naast elkaar in Ysselsteyn. Zoals Willem Heubel, de eerste Nederlander die vrijwillig toetrad tot de Waffen-SS. Heubel bracht zijn  zus Florrie in contact met NSB-voorman Meinoud Rost van Tonningen, met wie ze trouwde. Na diens dood werd Florrie bekend als de Zwarte Weduwe. Heubel vocht in Rusland en kreeg het IJzeren Kruis. Fred: „Regelmatig liggen verse bloemen op het graf.” Schoutissen moet altijd verantwoording afleggen voor zijn “foute hobby”, ontstaan uit zijn interesse voor de oorlog. „Daar komt bij dat ik een kale kop heb. Maar ik verzamel geen wapens of onderscheidingen, ik heb alleen acht terabyte aan archief”, zegt de ammateurhistoricus. Op oorlogsslachtoffers.nl doet hij verslag van zijn onderzoeken, waarvoor hij archieven in binnen- en buitenland doorspit. Hij wordt bijvoorbeeld gevraagd een oom te zoeken die verzetsman zou zijn geweest en in Ysselsteyn begraven zou liggen. Hij weet dan al dat de kans groot is dat het familielid geen held was maar collaborateur. Ook komen soms mensen aan zijn deur met stoffelijke resten die zijn opgegraven nadat een metaaldetector had gereageerd op een helm.

Fred verteld dat in Ysselsteyn een legendarische piloot ligt: Heinz Wodarczyck. Hij escorteerde Josef ‘Pips’ Priller bij de tegenaanval op D-Day. Prilers eskadron werd naar Normandië gestuurd ofschoon het slechts bestond uit twee vliegtuigen. Priler en Wodarczyck maakten desondanks honderden slachtoffers. Het was de enige Duitse luchtaanval op de geallieerden op 6 juni 1944. De actie is te zien in de film The Longest Day. Wodarczyck werd in 1945 boven Nederland neergeschoten door de Duitse luchtafweer. Fred vestigt de aandacht op Karl-Heinz Rosch. Tijdens een geallieerd bombardement in 1944 redde die twee jonge, Nederlandse kinderen in Goirle. Nadat hij ze in veiligheid had gebracht, werd hij dodelijk getroffen door een granaat. Drie dagen na zijn achttiende verjaardag. In 2008 werd een monument voor Rosch opgericht in Goirle.

Intrigerend is het graf van Anthonius Simons.’3.4.45 † 3.4.45′, meldt het kruis. Een baby’ tje op een oorlogsbegraafplaats. Het is de zoon van Johanna Maria Simons, aldus Fred „De vader is mogelijk een Duitser. Het kindje is doodgeboren in Kamp Vught, waar na de oorlog ook foute Nederlanders gevangen gehouden werden. Na hun dood werden ze vaak herbegraven in Ysselsteyn.” Het is ook deze „rauwe werkelijkheid” die Fred en Richard willen tonen. Een werkelijkheid die schuilgaat achter duizenden kruisen. Sommige verhalen zullen echter nooit verteld worden, omdat, onbekend is wie er in een graf ligt. 4882 in totaal. Volgens het duo zijn sommige soldaten bewust. onbekend verklaard. „Het betreft hotshots die te veel aantrekkingskracht op neonazi’s uitoefenen. Dat wil je niet hebben.” Karl-Heinz Voigt, beheerder van de begraafplaats: „Dat kan ik niet vestigen, maar ook niet ontkennen.”

Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn
De Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn (gemeente Venray) is met bijna 32.000 doden de grootste, militaire begraafplaats van Nederland. Het is ook de enige Duitse, militaire begraafplaats in Nederland. Er liggen voornamelijk Duitse militairen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland zijn gesneuveld. De begraafplaats is in 1946 aangelegd door de Nederlandse overheid. In het 28 hectare grote, heuvelachtige heidegebied hebben niet alleen Duitsers hun laatste rustplaats gevonden, maar ook Nederlanders, Polen en Russen die als vrijwilliger mee hebben gevochten met de Duitse strijdkrachten. Ook mannen, vrouwen en kinderen die in Kamp Vught overleden, zijn in Ysselsteyn begraven.’Vught’ deed na de bevrijding dienst als interneringskamp. Er verbleven duizenden Nederlanders die van collaboratie werden verdacht. Ten slotte liggen in Ysselsteyn nog 87 gesneuvelde Duitsers uit de Eerste Wereldoorlog. De begraafplaats bestaat uit 117 blokken met meestal 12 rijen van 12 of 25 graven. De grijze kruisen zijn van graniet. In 1976 is de begraafplaats overgedragen aan de Duitse gravenvereniging.

Graag, maar met respect
„We juichen het toe dat mensen onderzoek doen op de begraafplaats”, zegt beheerder Karl-Heinz Voigt van de Duitse, militaire begraafplaats. “Als het nieuwe bezoekerscentrum er is, zullen we dat nog meer stimuleren. Omdat het ons ontbreekt aan tijd en personeel om zelf diepgaand onderzoek te doen, werken we samen met de universiteiten in Nijmegen, Tilburg en Keulen en met officiële instanties als de Bergings-en Identificatie Dienst van de Koninklijke Landmacht. Maar ook met particulieren, zoals Richard Schoutissen. Het is belangrijk om te beseffen dat achter elke steen een mens ligt.” Voigt voegt er wel een ‘maar’ aan toe. Hij zegt dat hij de Wet bescherming persoonsgegevens te eerbiedigen heeft. Verder vindt hij het van belang dat het onderzoek geschiedt met respect voor de overledenen en de nabestaanden. Hij geeft als voorbeeld dat familieleden van mensen die inYsselsteyn begraven zijn,benaderd worden door personen die zich valselijk uitgeven voor werknemers van de begraafplaats. „Met zulke mensen willen we niet samenwerken. Sterker, als dat nog een keer gebeurt, beraden we ons op juridische stappen.” Hij vindt het overigens inconsequent als mensen, zoals Fred in het artikel hierboven, ongevraagd allerlei informatie over anderen op internet zetten en zelf anoniem wensen te blijven. Ook veroordeelt Voigt het dat Fred de aandacht probeert te trekken over de rug van een bekende nabestaande (Heino).