Herinneringen van Anneke Slaats-Janssen uit Liessel
… opgetekend door haar zoon, Cor Slaats

Foto: Johanna Maria Slaats-Janssen & Hendrikus Johannes Slaats, Liessel L.272 (Loon 5)

Bij de ‘eerste’ bevrijding op zaterdag 23 september 1944 is in de omgeving van het Loon flink gevochten. Bij die gevechten is de Duitse soldaat Erich Rädel gewond geraakt. Hij werd ’s nachts in een sloot, die liep langs een zandweggetje tussen de Vossenweg en Hazenweg (tussen Graord de Zaoger en Willem van Stratum) door een kogel getroffen in de buik nabij de lever. Erich Rädel is gewond bij de achterdeur van het huis van vader terecht gekomen en heeft om medelijden geroepen. Grootvader Slaats, vader en moeder zaten in de schuilkelder en daar waren ook grootvader Janssen en oom Willem omdat de kelder bij familie Slaats dieper en dus veiliger was. Vader heeft de Duitse soldaat gehoord en hij heeft hem binnengelaten. De gewonde vroeg om zijn schoenen uit te doen omdat hij zo’n last had van zijn opgezette voeten. De kleding was erg bebloed. Vader en moeder hebben hem geholpen met uitkleden, wassen en opnieuw aankleden met kleding van vader. Bij  buurman Manders, de aannemer, werd verbandmateriaal gehaald om het bloeden te stelpen. Aan het begin van de ochtend is vader hulp gaan halen, in de pastorie waar een Rode Kruispost was. Het dorp was echter afgesloten en Lens van Oosterhout (Lens Pówel) hield vader tegen. Toen die hoorde waarom vader naar het dorp wilde, reageerde die met “Laot hum toch verrekke”. Vader antwoordde: “Het is toch een mèns” en liep toch verder. Een arts kwam toen mee, dat was dokter Schellekens die na de oorlog nog huisarts zou worden van ons gezin. De dokter gaf de gewonde soldaat een morfinespuit tegen de hevige pijn. Hij adviseerde om de soldaat te laten bedienen en hij zorgde ervoor dat er een priester gewaarschuwd zou worden. Dat was kapelaan Simons die op dat moment ondergedoken was op de Hazeldonk bij Harrie Smits van het ‘wit heuske’. De kapelaan vroeg de soldaat of hij gedoopt was. Erich Rädel herinnerde zich dat hij wel was gedoopt maar vertelde erbij dat hij nadien niets meer aan een geloof had gedaan. Daarom werd hij opnieuw gedoopt en ook gevormd. Daarna werd de biecht gehoord en vervolgens is hij bediend. Vader en moeder werden peetoom en peettante van de dopeling. Tante Bet (zij woonde tegenover op L225a, Loon 8) kwam bij dit alles meehelpen. De gewonde soldaat heeft vader en moeder erg bedankt voor de goede zorgen. Hij is daarna erg ziek geworden en moest flink overgeven. Wat later in die ochtend is hij opgehaald door het Rode Kruis en dat waren twee Schotse soldaten. Erich Rädel was toen erg bang dat hem iets zou worden aangedaan, maar de Schotten probeerden hem te kalmeren. Bij het vertrek heeft hij vader en moeder de hand gegeven en opnieuw erg bedankt. Hij is naar het militair hospitaal in Mierlo gebracht.  Persoonlijke bezittingen van die soldaat zijn bij mijn ouders achtergebleven: jas, zakboekje, portefeuille met foto’s en brieven. Die spullen bleken na terugkeer van de evacuatie, einde oktober 1944 na de beruchte Duitse tegenaanval, te zijn verdwenen.

Pas na de oorlog toen het militair kerkhof voor Duitse soldaten in Ysselsteyn was geopend en mijn ouders daar een bezoek brachten (foto boven), bleek dat Erich Rädel daar is begraven. Hij was al twee dagen later gestorven, op 25 september. Die Duitse soldaat was eigenlijk bij de Luftwaffe, maar toen de Duitse luchtmacht te weinig vliegtuigen meer had, kwam hij bij de infanterie. Hij was geboren 11 december 1905 en is dus 38 jaar geworden. Na de oorlog hebben mijn ouders een brief gestuurd naar de echtgenote van Rädel. Zij heette Anna, had een dochter van 14 jaar en woonde nabij Berlijn. Die brief is onbestelbaar teruggekomen. In Ysselsteyn is informatie achtergelaten voor het geval ooit iemand zou informeren naar Erich Rädel, maar ook daar is nimmer op gereageerd.

Vervolgonderzoek door Stichting Oorlogsslachtoffers
Via deze website kwam Cor Slaats met Stichting Oorlogsslachtoffers in contact met de vraag of ik meer informatie over Erich Rädel kon achterhalen. In mijn archief kon ik al snel de volgende informatie terugvinden; Obergefreiter Erich Rädel, geboren op 11-12-1905 en drager van de Erkennungsmarke (identiteitsplaatje) -42- Fliegerhorst-Kommandantur A 8/III overleed op 25-09-1944 in een geallieerd veldhospitaal in Geldrop vanwaar het lichaam, gewikkeld in een deken, begraven werd op de Duitse militaire begraafplaats in Mierlo (vak 4, rij E, graf 5). Deze tijdelijke begraafplaats werd aangelegd links naast het Brits Ereveld (Mierlo War Cemetery) aan de Geldropseweg in Mierlo. In het rapport van overbrenging van de stoffelijke resten van Mierlo naar Ysselsteyn (vak P, rij 9, graf 214), dit gebeurde op 14-10-1948, werd helaas geen verdere aanwijzingen gevonden, met uitzondering van de tandstatus en de staat van ontbinding van de stoffelijke resten.

In de Duitse archieven kon ik later achterhalen dat Erich Rädel in Kunzendorf geboren werd, en als Obergefreiter der Reserve na zijn militaire carrière bij het Fliegerhorst-Kommandantur A 8/III (luchtmachtbasis Dievenow in de voormalige provincie Pommern) bij de 4. Batterie gemischte Flakabteilung 466 (motorisiert) diende.  Na enig speurwerk achterhaalde ik het adres van Erich’s echtgenote in Wernburg-Köblitz maar Anna was inmiddels ook overleden, na verder intensief speurwerk werd uiteindelijk het adres van Liselotte, een dochter van Erich en Anna, in de plaats Hamm gevonden. Haar telefoonnummer bleek echter afgesloten en een antwoord op twee brieven die ik naar het bekende adres schreef bleven helaas echter onbeantwoord…