Naam : van der Wallen
Voornamen : Willebrordus
Roepnaam : Willem
Geboortedatum : 15-04-1913
Geboorteplaats : Asten
Wonende : Kanaal 103a te Liessel
Rang / Beroep : Lid Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, Veenarbeider
Identiteitsplaatje : –
Eenheid : Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten
Overlijdensdatum : 09-10-1944
Overlijdensplaats : Helmond
Doodsoorzaak : ten gevolge van een explosie
Begraafplaats : R.K. Begraafplaats te Liessel
Gedenkplaats : Oorlogsmonument te Liessel
: Oorlogsmonument Sint-Willibrorduskerk te Liessel
: Oorlogsmonument te Asten

 

Overige informatie

Zoon van Martinus van der Wallen en Johanna Hikspoors, weduwe Gerarda Schuurmans.

Graflocatie: C-M 08

In de vroege namiddag van 9 oktober 1944 was een patrouille van twee Duitse soldaten in de Zandsebossen gesignaleerd en door geallieerde militairen gevangen genomen. Dit gebeuren werd gadegeslagen door een groep van ongeveer 20 mannen en jongens.

Een gevonden vreemd uitziend explosief, vermoedelijk bedoeld om de brug van Sluis XI op te blazen, trok de aandacht van de groep. Alhoewel de, onder geallieerde begeleiding, passerende Duitse gevangenen nog gewaarschuwd hadden voor het gevaarlijke voorwerp, werd door een ongelukkige handgreep het explosief in werking gesteld, waarop het met een oorverdovende knal explodeerde. De gevolgen waren vreselijk: acht omstanders vonden direct de dood, van de levensgevaarlijk gewonden overleden binnen één week nog vijf personen en één kind enkele weken later; in totaal dus 13 dodelijke slachtoffers. Dit alles gebeurde op het Rinkveld te Asten, nabij Liessel.

Piet Gitzels, voorheen aanvoerder van de Liesselse K.P., was nu leider van de O.D. Het staat vast dat de O.D. betrokken was bij de achtervolging van enkele gesignaleerde Duitse soldaten in de nabijheid van de Leensel en Rinkveld. De O.D. moet gewaarschuwd zijn geweest door mensen ter plaatse. “Ik ben achter op een Sherman tank van de Amerikanen gesprongen toen we er achteraangingen en hebben nog op ze geschoten,” verklaarde Piet Gitzels in een interview met hem. Die geweldige ontploffing achter zich heugde hem nog steeds!

De ware toedracht van een zonderling voorval?
De eerste melding van deze vreselijke gebeurtenis verscheen in het weekblad “Peelbelang” van Schriks Drukkerij te Asten in 1944 en werd in een vervolgverhaal getiteld “De slag om de Peel” door schrijver Piet van der Zanden beschreven. Het is terug te vinden op pagina 62 van zijn latere boek “De slag om de Peel.” In verband met die ramp, maakte hij geen gewag van mensen die belast zouden zijn geweest voor opruiming van door Duitsers achtergelaten munitie.

Harrie Rijnders schreef ongeveer 50 jaar later in zijn boek “Liessel Brandt” op pagina 39 het volgende hierover:

Een tweetal beambten van de gemeente Asten met als opdracht het opruimen van door Duitsers achtergelaten munitie, voegde zich bij de groep.

Dit lijkt sterk op censuur om geen naam of namen van een of meer verdachte personen te hoeven noemen. Er zijn drie redenen aan te halen waarom het bewuste tweetal (Harrie Michiels en Piet Manders) niets uit te staan had met het verwijderen van oorlogstuig zoals vermeldt stond.

De beambten, en waarom ze zich daar bevonden:
– Het tijdsbestek zou vrijwel onhaalbaar zijn geweest om Asten te verwittigen, hun mannetjes te waarschuwen en op pad te sturen terwijl mensen ter plaatse bijeen kwamen toen de achtervolging nog gaande was.
– Hun gebrek aan beveiliging en bevoegdheid. Hun eerste maning aan het publiek zou hebben moeten zijn zich zo snel mogelijk uit de voeten te maken voor hun eigen veiligheid.
– Hun onkunde het wapen onschadelijk te maken.

Nota: Hoewel beide personen, Harrie Michels en Piet Manders, gemeentearbeiders in Asten waren is er nooit een verklaring gepubliceerd of deze twee mannen inderdaad aangesteld waren om oorlogstuig te demonteren en/of te verwijderen en waar zouden ze die opleiding gekregen hebben?

Het ‘munitiekistje’
Diverse personen die over dit onderwerp schreven spraken van een ‘kistje’ alsof het bestond uit enkele aan elkaar gespijkerde plankjes. In werkelijkheid betrof het een ‘Riegelmine 43’, in bruikbaar Nederlands een staafmijn, langwerpig van vorm gemaakt uit ijzerplaat in een paar compartimenten met een lading van 4 kilo TNT, echter zonder scherfvulling. Het was een tankmijn die luchtdruk met enorme kracht verwekte, voldoende om een zware tank ondersteboven te werpen. Ze vergde behoorlijk veel gewicht om de ontsteker(s) in werking te stellen.

Aangewend als een boobytrapmijn was het echter een heel andere situatie en kan deze mijn best bedoeld zijn geweest om de Sluis 11 Baileybrug bij Asten onklaar te maken. Voor boobytraptoepassing was deze mijn voorzien van meerdere draden die met anti-handteerbare ‘zekeringen’ verbonden waren. Ondeskundig gemorrel met deze draden zou tot ontploffing kunnen leiden wat in dit geval ook gebeurde.

Wie waren de beambten? Één van hen was Piet Manders, wonende aan het Rinkveld, de andere was Harrie Michels uit Asten dorp die regelmatig per fiets vanaf Asten via Voordeldonk en Rinkveld bij Ciske de Ketel (Jan Roijakkers) afdraaide het zandpad op tot aan de Dennendijk. Die liep toen nog van Brand tot aan Café Bakkers. Hij volgde deze tot aan de oostrand van het Staatsbos (de huidige Dennendijkse bossen) waar hij in de singel (de in drie rijen met berkenbomen beplante markering van het bos) tot aan de uiterst zuidoostse tip strikken had gezet over een lengte van bijna twee kilometer. Hij kwam dan onder de neus van Knelis Timmermans aan diens boerderij voorbij op zijn unieke blauwgeverfde klompen wat zijn aanwezigheid verried.

Wie beter dan deze laatste wist hoe om te gaan met draden gezien zijn ervaring met strikken en ijzerdraad? Harrie Michels, waarvoor op deze site geen gedenkpagina werd ingericht aangezien deze niet in Deurne werd geboren, woonde of overleed, verloor evenals zijn leven door de ontploffing.

Zie ook: Timmermans Huub (2008), Vliegtuigen boven ‘De Hutten’ 1940-1945, Lulu.

Bidprentje

Gezamenlijk bidprentje

Overlijdensregister