Naam: van Kessel
Voornamen: Wilhelmus
Roepnaam: Willem
Geboortedatum: 29-05-1888
Geboorteplaats: Bakel
Wonende: H.106 te Helenaveen
Rang / Beroep: Arbeider
Identiteitsplaatje: –
Eenheid: –
Overlijdensdatum: 26-03-1945
Overlijdensplaats: Hildesheim (Duitsland)
Doodsoorzaak: ten gevolge van dysentrie en diphtrie
Begraafplaats: –
Gedenkplaats: Oorlogsmonument te Helenaveen



Overige informatie

Zoon van Petrus van Kessel en Antonia van den Broek, weduwe Maria Maessen.

Op zondag 8 oktober 1944, tijdens de Mis van 7.00 uur, omsingelen Duitse parachutisten (Fallschirmjäger) de twee Rijkswerkkampen I en II in Mariaveen. De mensen worden tijdens de Mis uit de kapel naar buiten gedreven. De Duitsers zetten de wegen af en doorzoeken de kerk en alle huizen. Alle mannen en jongens worden bijeen gedreven en afgevoerd in een lange, trieste karavaan. Zonder eten en drinken, zonder extra kleding. Sommige zijn nog in nachtkleding. Volgens de Duitsers moeten ze gaan werken in Maasbree of Helden maar in werkelijkheid worden ze naar Duitsland gedeporteerd voor tewerkstelling (Arbeitseinsatz).

Niet iedereen wordt opgepakt, velen verstopten zich in hun onvindbare schuilplekken of in de bossen en de moerassen van de Peel maar 163 mannen, waaronder Willem, waren het slachtoffer. Wilhelmus van Kessel stierf zonder medische behandeling.

“Wim van Dam uit Someren-Eind bedacht zich geen moment toen hij in het Peelbelang een aankondiging las voor een reis naar Duitsland van de Stichting Deportatie Noord en Midden Limburg. Hij meldde zich onmiddellijk aan. Alles wat Van Dam wist van zijn opa Willem van Kessel en zijn oudoom Nard Maessen, was dat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog als dwangarbeider om het leven waren gekomen. Tijdens de reis, waaraan 62 personen deelnamen, hoopte hij meer aan de weet te komen. Dat bleek geen ijdele hoop.

De moeder van Wim van Dam is 92 en woont in Deurne. Zij sprak vaak over haar vader Willem van Kessel, die tijdens de kerkrazzia in Helenaveen opgepakt was. Ze heeft hem nooit teruggezien. Haar broer Grard keerde wel terug uit Duitsland, maar heeft nooit gesproken over wat hem daar overkomen was. Het enige wat de familie wist, was dat hij als 19-jarige de concentratiekampen overleefd had omdat zijn vader en oom Leonard Maessen hun rantsoenen met hem gedeeld hadden. De mannen werden te werk gesteld in de Reichswerken Hermann Göring in Watenstedt.

Tijdens de busreis van 4 tot en met 7 september dit jaar naar Salzgitter en Hildesheim kwam Wim van Dam ​meer te weten dan hij had durven hopen. Terug thuis vertelt hij over zijn bevindingen.
Al tijdens de eerste dag in de bus vond een medepassagier van Van Dam de naam Willem van Kessel in een boek dat hij bij zich had. De betreffende persoon was tijdens een bombardement in maart 1945 op Hildesheim zwaargewond ondergebracht in een schooltje, waar hij overleden zou zijn. De datum en plaatsnaam kwamen overeen met een overlijdensbericht dat de moeder van Van Dam in bezit heeft.

Op de tweede dag stond een bezoek aan het kerkhof Jammertal in Salzgitter op het programma. Op het kerkhof werden 5.000 dwangarbeiders begraven, waarvan later velen herbegraven werden, thuis of op het Nederlands ereveld in Hannover. In Jammertal liggen nu nog drie Nederlanders. In een -sinds kort openbaar- register vond Van Dam de naam van zijn oudoom Leonardus Maessen. Wim van Dam: “Ik heb meteen een kaarsje aangestoken op zijn graf. Ik heb Nard Maessen nooit gekend, maar toch was het een emotioneel moment.”
Van Dam kwam te weten dat zijn oudoom in erbarmelijke omstandigheden overleden was in Lager 24. “In dat kamp werden gewonden ondergebracht en zonder verdere verzorging aan hun lot overgelaten”, aldus Van Dam. 

De volgende dag vond Van Dam op het kerkhof in Hildesheim de naam van zijn opa op een herdenkingsmonument voor personen die begraven zijn in een massagraf. “Maar, ik kwam die dag nog meer te weten”, vertelt hij. Ook in Duitsland houden mensen zich bezig met het documenteren van gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zo ook een oudere dame die toevallig op het kerkhof was en daar de Nederlanders trof. Haar vader bleek belast te zijn geweest met het bergen van slachtoffers in de chaos na een zwaar bombardement op 22 maart 1945 op Hildesheim. Zij beloofde een en ander na te zoeken.

Wim van Dam: “Die avond kreeg ik van haar te horen dat mijn opa niet in het schooltje is overleden, maar dat hij nog leefde en naar een kerk op de Moritzberg in een buitenwijk van de stad gebracht werd. In dat kerkje is hij overleden.”

Een groot aantal slachtoffers van het bombardement, waaronder Willem van Kessel, werd begraven in een massagraf. Een oude steen met het opschrift 208 unbekannte getuigt nog van dat graf.

De reisorganisatie laste direct een bezoek aan de kerk in. Ook dat was een emotioneel moment voor Van Dam. “Mijn opa was een gelovig mens. Ik heb een kaarsje aangestoken en de pastoor, die speciaal gekomen was om ons binnen te laten, beloofde die zondag een misintentie voor hem op te lezen. Ik was blij dat ik op de plek stond waar mijn opa was overleden en dat ik met dat nieuws naar mijn moeder kon. Ook voor haar is het een mooie afsluiting”, besluit Van Dam zijn verhaal.”

Bidprentje

Kennisgeving vermoedelijk overlijden