Toen ik in 1995 in Deurne kwam wonen en onverhoopt een keer op de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn terecht kwam, werd ik getroffen door de zee aan sobere graven. Tijdens mijn zwerftocht over het ereveld kwam ik in gesprek met een vrouw wiens vader begraven lag op Ysselsteyn. We stonden bij zijn graf te spreken, toen zij mij heel open vertelde dat ze eigenlijk een boek wilde schrijven over haar vader, maar dat ze zich realiseerde hoe weinig ze over hem wist. Haast bij impuls bood ik haar aan om voor haar te gaan zoeken.

Bij die gebeurtenis liggen in feite de wortels van een bezigheid die ik vandaag de dag gerust als een passie kan betitelen. Ik raakte door die eerste zoektocht bezwangerd van veel meer drang te onderzoeken naar het onbekende leven – en de vaak onbekende dood – van oorlogsslachtoffers.

Mensen die mij aanschieten over deze uit de hand gelopen hobby vragen me wel eens waarom ik uitgerekend vaak naar Duitse gesneuvelden en vermisten onderzoek doe. Want dat was immers toch ‘de vijand’? Ik antwoord ze dan dat er voor mij geen vijand is. Ik ben van ruim na de oorlog en heb geen aanleiding vandaag de dag nog steeds naar de oosterburen te kijken als de toenmalige vijand. Voor mij zijn gesneuvelde militairen allemaal ingedeeld geworden bij het Grote Leger: in de dood raakten zij immers voor eeuwig verbonden.

Men heeft wel eens de neiging te denken dat mijn focus op Duitse militaire slachtoffers een verkapte sympathiebetuiging is. Dat werp ik echter verre van mij. Eigenlijk is de reden voor het toeleggen op vooral de Duitse slachtoffers vooral pragmatisch van aard. Van hen is immers een aanzienlijk deel nooit geborgen, en van vele die wel geborgen werden is de aanleiding tot sneuvelen of de oorspronkelijke vindplaats regelmatig een mysterie. Als aartsvijanden van hun tegenstanders werden ze immers vaak vrij achteloos en zonder al te veel administratie in massagraven gegooid. Op zich in die tijd van oorlog begrijpelijk, maar vandaag de dag voor mij aanleiding om nog heel veel te kunnen uitzoeken. En dat werd dus na verloop van tijd voor mij aanleiding om vooral dossiers van Duitse oorlogsslachtoffers te gaan bestuderen. Door de onderweg vergaarde kennis ontstond een soort passionele toewijding voor die zoektochten. Ik moest en zou helderheid in die dossiers krijgen.

Die passie bracht mij op een zeker moment in contact met de interessegemeenschap Weltkriegsopfer.de. Een Duitse organisatie die zich onder andere bezighoudt met de onbekende en vermiste soldaat. Voor deze organisatie werd ik na verloop van enige tijd een soort Nederlandse filiaal. Ik hield mij al spoedig bezig met het behartigen van hun belangen voor Nederlandse zoekvragen. Na enige tijd kreeg ik daardoor binnen de beperkte scène van identificatiediensten en aanverwante organisaties bekendheid en ontstond samenwerking met voormalige Geallieerde leger- en overheidsdiensten alsmede onze eigen bergings- en identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht.

Al deze ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat ik nauwelijks meer van een hobby kan spreken. Hoewel ik mijn onderzoekswerk onbezoldigd verricht is er inmiddels alle recht om te spreken van een bijna beroepsmatige uitvoering van de werkzaamheden ten bate van oorlogsslachtoffer onderzoeken. Mijn vrouw zal beslist beamen dat als ik niet fysiek aan het werk ben met de materie, mijn geest de honneurs waarneemt voor me! Het zou te oneerbiedig zijn om te zeggen dat het ‘a way of life’ is geworden, maar het komt wel in de buurt!

Inmiddels leest u als bezoeker over mij om de website oorlogsslachtoffers.nl. Dat betekent dat mijn wens om grondig onderzoek te doen naar de oorlogsslachtoffers die vielen binnen mijn eigen woonplaats inmiddels is verworden tot een tastbaar geheel. Mijn bedoeling is om de inwoners van de gemeente Deurne – en overige geïnteresseerden – op deze wijze zo veel mogelijk informatie te kunnen bieden over alle oorlogsslachtoffers die aan de gemeente Deurne zijn verbonden. Nederlanders, Geallieerden en Duitsers.

Richard Schoutissen