Naam : Verheijden
Voornamen : Mathias Hubertus
Roepnaam : Martin
Geboortedatum : 01-08-1920
Geboorteplaats : Heerlen
Wonende : Lijmbeekstraat 396 te Eindhoven
Rang / Beroep : SS-Sturmmann / Los arbeider
Identiteitsplaatje : -998- 8./ SS Freiwilligen Bataillon der Legionen
Eenheid : Genesenden Kompanie Ersatz Bataillon der Legionen 11
Overlijdensdatum : 27-07-1945
Overlijdensplaats : Neerkant
Doodsoorzaak : ten gevolge van een mijnexplosie
Begraafplaats : Duitse militaire Begraafplaats te Ysselsteyn
Gedenkplaats : –

 

Overige informatie:

Graflocatie: Vak AL Rij 1 Graf 23

Zoon van Peter Matthias Verheijden en Maria Anna Zangers. Weduwe Anita Steinwender

Mathias Hubertus Verheijden meldde zich op 23-06-1941 als vrijwilliger voor de Waffen-SS. Twee dagen later kwam hij aan in Hamburg waar hij een 3 maandelijkse opleiding volgde voordat hij naar het front werd gestuurd. Via Krakau, Danzig, Riga en Litouwen kwam hij begin januari in Rusland aan waar hij op 20-02-1942 als SS-Schütze werd ingedeeld bij de 2. Kompanie Freiwilligen Legion ‘Niederlande’.

Tijdens zijn verblijf in Rusland raakte Mathias Hubertus Verheijden, door een schot in zijn rechterschouder, gewond en kwam uiteindelijk in het Ziekenhuis van Dresden terecht. In januari van 1943 kwam hij terug naar Nederland waar hij, in verband met zijn eerder opgelopen verwondingen, als portier in burgerkleding werd tewerkgesteld bij de Ortskommandant van Eindhoven in Grand Hotel Restaurant Royal op de Dommelstraat. Op 22-04-1943 ging Mathias Hubertus Verheijden weer in actieve dienst van de Waffen-SS en na een korte opleiding in Hamburg werd hij als SS-Sturmmann bij de Genesenden Kompanie Ersatz-Bataillon der Legionen 11 ingedeeld. In september 1943 werd Mathias Hubertus Verheijden gestationeerd in den Haag, dienst vestingwerken Vlissingen. Eind 1944- begin 1945 nam Mathias Hubertus Verheijden het besluit om te deserteren en verbleef hij tot mei 1945 bij familie van der Vlist aan de Korte Langstraat 20 in Leiden, daarna vertrok hij naar zijn zwager H. van Eeten wonende op de Galvanistraat 19 te Eindhoven waar hij tot zijn aanhouding van 15 mei 1945 verbleef. Na zijn arrestatie kwam Mathias Hubertus Verheijden in het voormalige concentratiekamp van Vught terecht, in dit kamp werden toen Duitsers, collaborateurs en oorlogsmisdadigers geïnterneerd.

Door de zware gevechten en tijdens de vlucht van de Duitsers en de opmars van de geallieerden is er veel munitie achtergelaten, daarom was het mogelijk dat er nog veel niet ontplofte munitie in de bodem aanwezig was. In de Neerkant lagen ook diverse “Schrapnellmine” oftewel S-mijnen die, zodra geactiveerd in de lucht springen en ontploffen ter hoogte van de heup terwijl er allerlei scherpe stukken staal in alle richtingen uitvliegen.

Er lagen zoveel mijnen in de Peel dat het select groepje mijnenruimers nog jaren nodig zou hebben om die te ruimen. In Vught zaten in het voormalige concentratiekamp Duitsers, collaborateurs en oorlogsmisdadigers geïnterneerd en omdat er zoveel mijnen in de Peel lagen werden daar vrijwilligers gevraagd voor het gevaarlijke werk in de Peel.

Ook Mathias Hubertus Verheijden melde zich als vrijwilliger en na een korte opleiding werd hij met andere Nederlandse SS’ers, door kampbewakers van kamp Vught, iedere dag van Vught naar Deurne gebracht. Over deze bewakers had Sergeant Jean Dirven, één van de leidinggevende van de groep mijnenruimers, geen goed woord over. Jean Dirven kwam er achter dat de bewakers van het kamp hun gevangenen op de terugreis ’s avonds in Helmond op de Markt van de wagens haalden en ze tot vermaak van de toeschouwers over het plein lieten huppelen en andere gymnastische oefeningen lieten doen. Daarnaast kregen de SS’ers in het kamp meer slaag dan eten, het kwam zelfs voor dat er tijdens het mijnenruimen twee flauw vielen. Later vernam Jean Dirven dat de SS’ers ’s morgens een stukje brood kregen en daar moesten ze het de hele dag mee doen, ze vielen dus flauw van de honger. Jean Dirven wist de burgemeester van Deurne ervan te overtuigen dat hij zo niet verder kon werken, want als er iemand op het verkeerde ogenblik op een mijn trapte konden er meerdere ruimers sterven. Voortaan kon Jean Dirven op kosten van de gemeente Deurne voor iedere ruimer een half brood halen bij bakker Schiks in de Stationsstraat.

Normaal werkten de mijnenruimers twee aan twee naast elkaar en het volgende paar volgde op een afstand van een meter of tien. Er werd op toegezien dat er overlappend geprikt werd. Achter de woning van Sjaak Mennen, N108 in Neerkant, werd even de veiligheid uit het oog verloren en stonden de mijnenruimers met een groepje te dicht bij elkaar. Ze zouden van plan zijn geweest fruit van de fruitbomen te plukken en daarbij werd op een mijn getrapt. Drie SS’ers waaronder Mathias Hubertus Verheijden, Antonius Johanne van Berkom en Cornelius van Koolwijk werden hierbij gedood. Een Nederlandse soldaat Herman Schutte, collega van Jean Dirven, liep nog een paar passen… zei iets en viel dood neer. Hij had een klein wondje midden op zijn borst, een scherf had hem in zijn hart geraakt.

Mathias Hubertus Verheijden werd begraven op de begraafplaats bij het voormalige concentratiekamp te Vught, Vak A Rij 3 Graf 45, vanwaar hij op 19-06-1968 werd herbegraven naar de Duitse Militaire Begraafplaats te Ysselsteyn.

Een uitgebreid dossier ‘der Waffen SS’ en een akte van het ‘SS Rasse- und Siedlungshauptamt’ m.b.t. Mathias Hubertus Verheijden zoals een rapport van overbrenging met identificatiegegevens, opgemaakt door de Dienst Identificatie en Berging is eventueel ter inzage beschikbaar bij de auteur.

 

Overlijdensregister

Nederlandse SS’ers uit kamp Vucht bij het mijnenprikken, waarschijnlijk ergens op de Schans in de Neerkant. Ze worden bewaakt door Nederlandse Militairen.

Beneden een foto van een Schu-Mine (houten doosmijn) met omhoogstaand drukdeksel, de ZZ-42 ontsteker zit nog in de springlading. Een van de vele soorten mijnen die in de Peel geruimd werden.

Rapport door Kapitein J.T. de Koningh

Sergeant Jean Dirven