Naam : Sonnemans
Voornamen : Leonardus
Roepnaam : Leo
Geboortedatum : 19-04-1899
Geboorteplaats : Neerkant
Wonende : N 116 te Neerkant
Rang / Beroep : Landbouwer
Identiteitsplaatje : –
Eenheid : –
Overlijdensdatum : 07-12-1944
Overlijdensplaats : Helmond
Doodsoorzaak : ten gevolge van granaatvuur in schuilkelder
Begraafplaats : R.K. Begraafplaats te Neerkant
Gedenkplaats : Oorlogsmonument te Neerkant



Overige informatie

Zoon van Mathijs Sonnemans en Elisabeth Hubertina Busschops, weduwe Petronella Smets.

Ooggetuigenverslag van Riet van Oijen-Sonnemans, ze maakte de oorlog mee vanaf haar 10e tot haar 14e levensjaar met haar ouders in het buurtschap de “Sjans”, bij de Neerkant op de Scheper Jannebaan, een zijstraat van de Vuurlinie. De boerderij is gelegen op een steenworp afstand van de grens tussen Neerkant en Meijel en dicht bij het kanaal van Deurne waarachter de Duitsers zaten in deze periode in 1944, eigenlijk zaten ze in het heetst van de strijd! Ze zaten met 18 personen waarvan veel kinderen in een ronde silo met de voeten naar het midden toe en met de rug tegen de betonnen wand.

“Op 5 november ’s morgens breekt de hel los, de herrie is oorverdovend. Als er brandlucht de silo binnendringt, kijkt vader om het hoekje van de ingang en moet constateren dat ons huis in brand staat. De Duitsers hebben hem beloofd dat ze het vee zullen losmaken als er brand zou komen, dat is niet gebeurd… ze zullen wel andere kopzorgen hebben gehad.
De schuilkelder ligt op een stukje onontgonnen grond een meter hoger dan de rest van het veld tussen struiken. Rondom de kelder hebben Duitsers zich ingegraven, onze silo krijgt geen treffers, wellicht weten de Engelsen dat er burgers in de silo zitten.

Vroeg in de morgen vluchten er 3 Duitsers onze schuilkelder in. We worden meteen onder vuur genomen en horen de scherven tegen de buitenwand slaan. Vader probeert de Duitsers over te halen om naar buiten te gaan en zich over te geven, maar daar denk ze niet aan. Intussen raakt het stro van het dak in brand, maar dat kan gedoofd worden. Onder protest van de Duitsers wil vader met een witte doek naar buiten gaan in de hoop dat het schieten dan ophoudt. Op dat moment krijgen we een voltreffer. De helft van het dak stort in en vader en oom Graard raken gewond. Een van de Duitsers krijgt een scherf door de keel en word door de andere twee naar buiten gesleept waar hij sterft, de andere twee worden buiten neergeschoten. Martien van oom Graard word vermist, hij is onder het zand geraakt. Met blote handen wordt hij opgegraven en na een poosje komt hij weer bij kennis.

Vader blijkt het zwaarst gewond geraakt van allen, zijn beide bovenarmen, rechter schouder en borst zijn door granaatscherven getroffen. Oom Graard is geraakt aan zijn rechter pols, neus, een vinger aan zijn linker hand en hoofd. Een Engelse hospik komt de silo binnen en bekijkt de gewonden, met gebaren maakt hij Nellie Verstegen duidelijk dat ze bij mijn vader de mouwen uit de kleren moet snijden met een mes dat hij haar geeft om dan weer te verdwijnen om voor de eigen soldaten te zorgen.

Later op de dag zoekt een Duitse soldaat bij ons bescherming tegen de kou en regen. Zijn uniform is doordrenkt met bloed en hij sterft na een akelige doodstrijd.
Het begint steeds harder te regenen en omdat het dak voor de helft ingestort is is het onmogelijk om allemaal droog te kunnen zitten. Gelukkig staat onze schuur nog overeind en kruipen we daar met oom Graard voorop naartoe om te schuilen. Vader kan niet mee en we blijf ik met moeder en tante Antje bij hem. We moeten telkens gaan liggen als de granaten en kogels dichtbij inslaan.

De volgende morgen worden we door Engelse soldaten opgehaald, een dokter komt naar vader kijken die er door bloedverlies ernstig aan toe is. Soldaten brengen ons door het mijnenveld waardoor een pad gemaakt is naar Neerkant dorp en later door naar het ziekenhuis in Helmond. De triestheid van de tocht door het verlaten en verwoeste dorp is met geen pen te beschrijven. Zo eindigde 5 november 1944, de hele boerderij , met uitzondering van een vrijstaande schuur brandde af. In de vlammen kwam ook het vee en het paard om. Uiteraard ging eveneens de hele inboedel verloren. We hadden niets dan enkel de kleren om ons lijf. Vader heeft nog een maand geleefd. Hij is waarschijnlijk gestorven doordat hij te lang in de vuile schuilkelder heeft gelegen. Bij oom Graard moest een arm geamputeerd worden, waardoor hij zijn beroep als vrachtwagenchauffeur moest opgeven”

Bidprentje

Gezamenlijk bidprentje

Overlijdensregister