Naam : van Gog
Voornamen : Johanna
Roepnaam : Hanneke (Mère Berchmans)
Geboortedatum : 14-05-1894
Geboorteplaats : Deurne
Wonende : A.66 Walsberg te Deurne
Rang / Beroep : Non
Identiteitsplaatje : Kampnummer 13514
Eenheid : Ursulinen van de Romeinse Unie
Overlijdensdatum : 12-05-1945
Overlijdensplaats : Semarang, kamp Halmaheira (Indonesië)
Doodsoorzaak : –
Begraafplaats Nederlands ereveld Pandu te Bandung (Indonesië)
Gedenkplaats : –

 

Overige informatie

Graflocatie: Vak V / Graf 55

Dochter van Adrianus van Gog en Bertha Haasen.

Een zware crisis maakte de Indonesische Katholieke Kerk door onder de Japanse bezetting. Bijna alle buitenlandse pastoors, broeders en zusters werden geïnterneerd. De bisschop van Maluku-West Irian, Mgr. Aerts, en dertien van zijn pastoors en broeders werden zonder vorm van proces doodgeschoten. Achttien missionarissen vonden de dood toen een schip met geïnterneerden werd getorpedeerd, in totaal zijn in 1942-1945 door de Japanse bezetting 74 pastoors, 47 broeders en 161 zusters omgekomen.

Johanna van Gog (Zuster Berchmans) kloosterzuster in ‘Mariaoord’ te Vught vertrok op 20-10-1913 met het “ss Kawi” Stoomschip Kawi naar Indonesië alwaar ze, aangekomen op 15-12-1913, terecht kwam op haar standplaats aan de Merdikaweg 2 in het centrum van Bandoeng (nu de St. Angela High School). Tijdens de tweede wereldoorlog werd ze, in het inmiddels door de Japanners bezet Indonesië, geïnterneerd in kamp Tjihapit te Bandoeng vanwaar ze later naar kamp Halmaheira te Semarang werd overgebracht.

Hoewel de meeste missiezusters in deze Japanse burgerkampen stierven ten gevolge van hongeroedeem, veelal door slechte en eenzijdige voeding, is de doodsoorzaak van Johanna van Gog (Zuster Berchmans) vooralsnog niet bekend.

De “Nederlandse Gravendienst in Z.W. Pacific” te Bandung had de taak om de stoffelijke overschotten van de oorlogsslachtoffers van de Japanse bezettingstijd op te graven en over te brengen naar het ereveld. In de namiddag van 17 januari 1951 werden kistjes, lang 1m. en breed 42cm, naar de kapel van het Provincialaat gebracht waar ze voor de communiebank in drie rijen werden opgesteld. Elke kist werd bedekt met een zwart kleed met daarop een handbouquetje van witte anjelier en paarse asters, samengebonden door een zwart lint. De zusters Ursulinen en zusters van Merdeka baden het Dodenofficie en hielden een nachtwake waarna een dag later, 18 januari 1951, om 07:30uur de Requiemmis begon. Na de mis werden de kisten eerbiedig overgedragen aan de leger-gravendienst en werden naast elkaar in drie trucks geplaatst met de kruisen in dezelfde richting en reden langzaam de poort uit richting de begraafplaats. Indo-Europese, Indonesische en Chinese meisjes werden voor de poort van de begraafplaats in rijen van vier opgesteld waarna, onder het bidden van het rozenhoedje, de tocht naar het monument begon. De kistjes werden door de grootste leerlingen van de ‘Sekolah Menengah Pertama’ middenschool van Merdeka gedragen, het kistje van Zuster Berchmans van Gog werd gedragen door S. Bernadetta en S. Henrica. Toen alle draagsters haar plaats bij het gedolven graf hadden ingenomen ging pastoor Alma zegenend langs de rijen der kistjes, even later werden de zwarte doeken en bloemen van de kistjes gehaald en daalden 29 kistjes tegelijk in de graven. Met een laatste “Requiescant in Pace” werd de diep ontroerende maar mooie plechtigheid besloten.

Familie Adrianus van Gog

Mère Berchmans – op de achterkant van deze foto staat geschreven Soerabaja Java, Donkerstraat.

Mère Berchmans – op de achterkant van deze foto staat geschreven b.v.m. (bid voor mij) vergeet me niet en weer mijn lieve broer.

Kistjes in de Kapel van het Provincialaat

Kistjes opgesteld bij het monument op de begraafplaats

Het dalen van de kistjes

De laatste eer

Maasbode, vrijdag 16-11-1945

Advertentie Missiehuis Ursulinen, maandag 26-11-1945