Naam : Verstappen
Voornamen : Jacobus
Roepnaam : Keub
Geboortedatum : 29-11-1888
Geboorteplaats : Meijel
Wonende : Heitraksedijk 97 te Liessel
Rang / Beroep : Landbouwer
Identiteitsplaatje : –
Eenheid : –
Overlijdensdatum : 01-03-1945
Overlijdensplaats : Deurne
Doodsoorzaak : ten gevolge van een landmijnexplosie
Begraafplaats : –
Gedenkplaats : Oorlogsmonument te Liessel
. Oorlogsmonument Sint-Willibrorduskerk te Liessel

Overige informatie

Zoon van Willem Verstappen en Wilhelmina Hanssen, weduwe Petronella Maria van den Boogaart.

Door de zware gevechten en tijdens de vlucht van de Duitsers en de opmars van de geallieerden is er veel munitie achtergelaten in Liessel en omgeving. Daarom was het mogelijk dat er nog veel niet ontplofte munitie in de bodem aanwezig was, ook Jacobus Verstappen werd een slachtoffer van achtergebleven munitie.

Deze mijnenvelden (zie tekening) met totaal 58 Tellermijnen werd op 1 november 1944 gelegd door het Duitse 1. Pionier-Bataillon (Motorisiert) 33. Op 30 november 1945 werd door Duitse krijgsgevangenen van het 1. Pionier-Bataillon 346 en onder supervisie van het Nederlandse 2de Bataljon 8ste Regiment Infanterie het veld afgezocht. Er is toen maar 1 landmijn teruggevonden.

Op 24 mei 1946 en op 17 juli 1946 is een poging gedaan om de verdachte gebieden om te ploegen maar in 1 veld zakte een tractor weg, het andere was al geploegd door de boer. Er is toen in ieder verdacht veld een tellermijn gevonden, wie de andere mijnen geruimd heeft is een raadsel, in ieder geval was er 1 mijn gedetoneerd met een mijnongeval op 19 november 1944 waarbij John Finlay om het leven kwam.

Situatietekening met in rood de geregistreerde mijnenvelden en gearceerd de verdachte gebieden.

Het had mijn dood geweest kunnen zijn.
De ware toedracht van de gebeurtenis door Leonard Timmermans
Toen Keub Verstappen door een mijn zijn dood vond op 1 maart 1945 langs het Deurne kanaal dichtbij de Hogebrug, had zich daar al eerder een en ander afgespeeld.
Ik, Leonard Timmermans, was voerman thuis als oudste zoon van Knelis Timmermans, destijds wonende te Hutten 4 – thans Pijlstaartweg 10. Ik verrichte hand- en spandiensten voor Guus de Corte, houthandelaar, en moest een lading mutserds laden en vervoeren naar Helmond. Die hoop mutserds (takkenbos) lag langs het kanaal ruim honderd meter links van de Hogebrug. Er lagen daar echter nog mijnen die nog niet geruimd waren. Afgesproken was dat Jantje van Lieshout voorop zou gaan met de fiets waaraan hij een bats bevestigd had waarmee hij die mijnen langs de weg zou leggen en met laden zou helpen.
Op dinsdag, 27 februari, was ik om vijf uur in de morgen aangevaren. Eenmaal bij de Hogebrug aangekomen legde ik mijn jas en boterhammen langs het kanaal daar de rosbak voor een ander doel al eerder onder de hoogkar was weggehaald en er alzo geen plaats was om iets op te bergen. In plaats van op mij te wachten en voorop te gaan, stond van Lieshout reeds bij die stapel mij op te wachten.
Met grote schrik voer ik door, lopende vlak langs ’t paard zijn kop, denkende dat dit wellicht veiliger was dan staande op de kar. Ik wist van buurman Frits Hoeben hoe het hem vergaan was toen hun kar op een mijn liep en hij en ’t paard niets mankeerden want hij liep noodgedwongen ook voorop langs het nog ‘ongetuigde’ paard. Ik was bewust van het grote risico dat ik wetens en willens nam en keek scherp uit bij elke voetstap. Er gebeurde niets! Maar ik moest ook nog terug. Er was daar al lang niemand meer geweest en het spoor was los zand. Met 500 mutserds op de kar moest het paard trekken zo hard hij kon en om ± elke 20m rusten. Ik moest iedere keer dan met grote schrik kruien in het wiel met volle macht om het paard weer op gang te helpen. Dat bracht mij bezijden de kar waar mogelijk nog mijnen lagen. Weer gebeurde er niets!
Bij de verharde weg aangekomen pakte ik mijn jas op maar tot mijn ontsteltenis ontdekte ik dat een of ander beest er met mijn boterhammen tussendoor was gegaan. Rond de middag arriveerde ik in Helmond. De bakker wou die mutserds niet. Met veel moeite ben ik ze kwijt geraakt. Daags daarna, 28 februari, had ik weer naar dezelfde plek aan het kanaal moeten gaan, maar ik voelde me niet lekker omdat ik daags tevoren niets te eten had gehad.
Op 1 maart 1945 ging ik weer op weg. Ik draaide af bij Piet de Lange bij de Hogebrug, ditmaal staande op de kar. Ik had al minder schrik, maar wat was daar aan de hand? Er stond een groepje mensen midden op de weg. Ik kwam dichterbij en herkende Piet de Lange en pastoor van Doornmalen. Het paard stopte vanzelf zoals paarden doen als ze mensen zien staan omdat ze in de regel buurten. Ik stond boven op de kar en stak boven de mensen uit. En daar lag Keub Verstappen te sterven.
Ik trok zoetjes de teugels van het paard naar links en keerde om zonder een woord te zeggen. Voor een vracht mutserds die de bakker niet eens wou had ik mijn leven geriskeerd! Ik nam mijn ontslag bij de Corte. Ik was 21!

Overlijdensregister