Naam : Barten
Voornamen : Hendrikus Wilhelmus
Roepnaam : Harry, alias Broer
Geboortedatum : 15-10-1922
Geboorteplaats : Deurne
Wonende : Kerkstraat A 117 te Aarle-Rixtel
Rang / Beroep : Hulpbesteller P.T.T.
Identiteitsplaatje : –
Eenheid : –
Overlijdensdatum : 26-11-1943
Overlijdensplaats : Ziekenhuis Bremen (Duitsland)
Doodsoorzaak : ten gevolge van een bombardement
Begraafplaats : Nederlands ereveld Loenen
Gedenkplaats : Oorlogsmonument te Aarle-Rixtel

.

Overige informatie

Graflocatie: Vak E / Graf 650

Zoon van, Henri Barten en Catharina Maria Barten-van Wetten, neef van Martinus Barten.

Hendrikus Wilhelmus Barten stond geregistreerd op de Sintbrücke Straße 1 te Bremen, tewerkgesteld in Lager Postamt V aan de Bahnhofsplatz te Bremen en raakte dodelijk gewond door een bomscherf in zijn schedel, dit gebeurde tijdens een geallieerd bombardement op Bremen.

Notitie over Henricus Wilhelmus Barten, opgemaakt door diens broer Louis Barten.

Hij is de oudste zoon uit het gezin van Harrie en Cato Barten – van Wetten dat toen Harry amper een jaar oud was vanuit Deurne naar Aarle-Rixtel is verhuisd. Ter voorkoming van verwarring met vaders naam wordt hij Broer genoemd en verlaat per september 1935 de lagere school en zal dan of ergens moeten gaan werken of aan een opleiding beginnen.

Broer (Harry) wil verder gaan leren, hij heeft voldoende capaciteiten. Hij wil in het voetspoor van heeroom naar Goirle, naar de Fraters van Tilburg. Heeroom, een broer van moeder is op vakantie geweest in Nederland en weer terug in Suriname bevestigt hij de keuze van Broer (Harry). Per augustus 1937 heeft Broer zijn verblijf in Goirle alweer beëindigd.

Ondanks de grote inspanningen die het gekost heeft zetten moeder en vader zich in om voor hun weer naar huis gekomen zoon een toekomstverwachting op te bouwen. Via mevrouw Hendriks weet moeder Broer als leerling typograaf in dienst te krijgen bij Boekdrukkerij Helmond. De heer Hendriks is de directeur van de uitgeverij waar ook de krant wordt gedrukt. De redactie van de regionale krant De Zuid-Willemsvaart komt onder Duitse invloed. Broer komt daardoor in gewetensnood temeer omdat hij als fervent lid is van de Nederlandse Unie er andere ideeën op nahoudt wat hem duidelijk te verstaan wordt gegeven. Daarnaast is hij leider bij de verboden Jonge Wacht. Hij neemt ontslag en via Ome Frans van Wetten en collegae PTT-ambtenaren kan hij in dienst komen als hulpbesteller bij de P.T.T. en de rest van de tijd werkt hij bij vader in de schoenmakerij. Harry Barten ziet zijn ideaal dat zijn oudste zoon de schoenmakerij zal gaan overnemen weer opdagen. Bij de post zit je goed is de algemene opvatting, dat geeft vastigheid. Broer buit zijn baan bij de Posterijen uit om tevens propaganda te maken voor De Unie.

Hij krijgt verkering met Clara van Van Wanroij uit Beek en Donk. Toch leeft het gevoel dat er moeilijkheden komen. Een bekende Aarlese NSB’er heeft voor het raam van het werkhuis gedreigd: Jou krijgen we ook nog wel, Unieman. Brutaal en vol machtswellust. Met moeite weet vader Barten zich te bedwingen en blijft met gebalde vuisten op zijn werkkruk zitten.

Op 16 juli 1943 komt een order uit betreffende: ‘Plaatsing van overheidspersoneel in Duitschland. De Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied heeft bepaald dat alle mannelijke personen behorende tot de jaargangen 1922 en 1924 zullen worden opgeroepen voor te werkstelling in Duitschland. Voor hen die behoren tot de jaargangen 1922 en 1924 zullen geen vrijstellingen worden verleend, ook niet indien zij een sleutelpositie bekleeden.’ Hoort onzen Broer daar nou bij of niet, is de angstige vraag in het gezin. Direct wordt er actie ondernomen om, voor het zover is, een onderduikadres te vinden. In Asten bij de familie Rooyakkers … ze zitten vol de eerstkomende tijd … Zo gauw als hij terugkomt met verlof kan hij terecht.

De timmerman maakt een reiskist. Bruin gebeitst van buiten met zwart gelakte ijzeren handvatten. Van binnen blank hout. In het deksel een prentje van de Heilige Gerardus, de beschermheilige van de familie. In die mooie kist worden de spullen gedaan voorzien van een merkje voor de was. En dan 4 augustus 1943 is het zover. Och, die drie maanden zijn zo voorbij. Er komen regelmatig brieven uit Bremen, waar hij tewerkgesteld is bij de post. Hij woont in Lager Postamt V am Bahnhofplatz. >Er is eigenlijk niets aan de hand. Dan op 26 november 1943, amper drie maanden na het vertrek van Broer uit Aarle-Rixtel, wordt Bremen door de geallieerden gebombardeerd. De sirenes loeien over de hele stad. De postbeambten die de post uit de trein aan het halen zijn mogen hun plaats niet verlaten voordat er daadwerkelijk bommen vallen. De eerste bommen vallen. Zo vlug moge-lijk rennen ze naar de schuilkelder. Harry Barten wordt ernstig gewond naar de “Krankenanstalt” vervoerd. Om 12.50 uur overlijdt hij aan de verwondingen. Een bomsplinter is zijn schedel binnengedrongen. Er komt een telegram in Aarle-Rixtel op het postkantoor aan, bij juffrouw Schwering. Die moet het gaan zeggen, dat is geen sinecure.

In die tijd woont het gezin in het werkhuis om brandstof uit te sparen. Moeder en vader zijn met hun werk bezig. De kinderen zijn werken of naar school. Louis vertelt:’ Wij komen tussen de middag thuis. In het werkhuis treffen we vader en moeder die stil voor zich uit zitten te staren naar hun bewegende handen die met iets bezig zijn. Een vreemd gevoel bekruipt me. Er is iets gaande. Onzen Broer is dood … Een vreemd gebeuren, dat ken je niet. Wat is dat, dood. Het zegt je niets want alles is verder gewoon. En dan wordt het druk. Marie Koenen, de zus van de Pastoor, komt en Mister van Dieten en nog veel meer mensen. Er wordt veel gehuild door ons moeder en door Clara van Wanrooy, zijn vriendin. Jongens schreeuwen niet.’

Harry, Cato en Clara krijgen de mogelijkheid aangeboden om naar Bremen te reizen voor de uitvaart. Zij durven die reis niet aan vanwege de zorg voor de andere kinderen. En dan is het druk met familie en een uitvaart met een katafalk.”De tijd gaat verder. Opeens na veel tijd merk je, hij is weg en komt niet meer terug. Opeens merk je wat de dood is, een stuk van jezelf is weg, een deel van je leefwereld.” Een wereld stort in en alleen hun groot geloof en verantwoordelijkheidsgevoel openen voor Cato en Harry Barten de weg naar de toekomst.

Marinus Barten, een broer van Harry, is in Deurne werkzaam als meteropnemer in dienst van de gemeente Deurne. Door een noodlottig ongeval met een militair voer- tuig komt hij op 22 januari 1945 om het leven. Zijn vrouw blijft alleen achter met negen opgroeiende kinderen. Harry Barten wordt tot voogd over de kinderen be- noemd. Nichtje Dora wordt een tijd in het gezin van Harry en Cato opgenomen. Er gebeuren vlak na de oorlog veel ongelukken met achter gebleven munitie. ‘Ons Nel’, de vroegere huishoudelijke hulp in het gezin van grootmoeder Van Wetten, in Deurne bekend als Mijntje Biemans, is indertijd gehuwd met Cis Rooijakkers en woont op de Nijnsel in de gemeente Asten. Het lag oorspronkelijk in de bedoeling dat Broer, Harry, in 1943 daar zou onderduiken, maar door omstandigheden was dat niet mogelijk. Er was daarom afgesproken dat hij, wanneer hij na drie maanden met verlof kwam, bij de familie Rooijakkers in Asten zou onderduiken. Dit heeft niet mogen zijn. De Duitsers hebben op hun vlucht een smalle platte kist nagelaten vlak bij het huis van de familie Rooijakkers, de geallieerden worden ingelicht, maar vader en zoon Martinus begonnen al direct met een poging om de kist te demonteren, er volgt een geweldige ontploffing en vader en zoon laten het leven. Naast het inkomen uit het bedrijf, de schoenmakerij, hebben Harry en Cato een gratificatie van f. 7,65 per week van het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie. Deze gratificatie is toegezegd tot de dood van de langstlevende vanwege het omkomen van zoon Harry in Bremen. De stoffelijke resten van Harry/broer Barten zijn later overgebracht naar het Oorlogskerkhof te Loenen op de Veluwe.

Bidprentje

Hendrikus Wilhelmus Barten’s laatste wil

Sterbeurkunde

Overlijdensregister