Naam : van Koolwijk
Voornamen : Cornelius
Roepnaam : Cor
Geboortedatum : 01-05-1924
Geboorteplaats : Druten
Wonende : Vriezeweg “Hollandse Buurt” te Deest
Rang / Beroep : Steenfabrieksarbeider
Identiteitsplaatje : –
Eenheid : Waffen SS
Overlijdensdatum : 27-07-1945
Overlijdensplaats : Neerkant
Doodsoorzaak : ten gevolge van een landmijnexplosie
Begraafplaats : R.K. Begraafplaats te Deest
Gedenkplaats : –

.

Overige informatie:

Zoon van Allard van Koolwijk en Maria van Zachten.

Cornelius van Koolwijk ging eind 1942 aan boord van een Hollandse schipper, die op de Rijn voer, waar hij werkte als schippersknecht. Nadat hij enkele weken later weer thuis was werd hij verplicht tewerkgesteld in Duitsland waar hij bijna twee jaar verbleef. Tijdens zijn tewerkstelling in Duitsland was hij niet met verlof geweest naar Nederland waardoor Cornelius van Koolwijk in januari 1945 besloot om zich als vrijwilliger bij de Waffen-SS te melden. Cornelius van Koolwijk had namelijk te horen gekregen dat de vrijwilligers van de Waffen-SS in Nederland werden opgeleid en omdat de oorlog in Nederland al zover ontwikkeld was had hij zich aangemeld met de bedoeling in Nederland te deserteren. Na zijn aanhouding en arrestatie van 30-05-2945 gaf Cornelius van Koolwijk aan geen uniform en/of wapens gedragen te hebben en werd na verhoor geïnterneerd in het Bewaringskamp “Lagero” te Roosendaal vanwaar hij later in het in het voormalige concentratiekamp in Vught terecht kwam waar Duitsers, collaborateurs en oorlogsmisdadigers geïnterneerd waren.

Door de zware gevechten en tijdens de vlucht van de Duitsers en de opmars van de geallieerden is er veel munitie achtergelaten, daarom was het mogelijk dat er nog veel niet ontplofte munitie in de bodem aanwezig was. In de Neerkant lagen ook diverse “Schrapnellmine” oftewel S-mijnen die, zodra geactiveerd in de lucht springen en ontploffen ter hoogte van de heup terwijl er allerlei scherpe stukken staal in alle richtingen uitvliegen.

Er lagen zoveel mijnen in de Peel dat het select groepje mijnenruimers nog jaren nodig zou hebben om die te ruimen. In Vught zaten in het voormalige concentratiekamp Duitsers, collaborateurs en oorlogsmisdadigers geïnterneerd en omdat er zoveel mijnen in de Peel lagen werden daar vrijwilligers gevraagd voor het gevaarlijke werk in de Peel.

Ook Cornelius van Koolwijk melde zich als vrijwilliger en na een korte opleiding werd hij met andere Nederlandse SS’ers, door kampbewakers van kamp Vught, iedere dag van Vught naar Deurne gebracht. Over deze bewakers had Sergeant Jean Dirven, één van de leidinggevende van de groep mijnenruimers, geen goed woord over. Jean Dirven kwam er achter dat de bewakers van het kamp hun gevangenen op de terugreis ’s avonds in Helmond op de Markt van de wagens haalden en ze tot vermaak van de toeschouwers over het plein lieten huppelen en andere gymnastische oefeningen lieten doen. Daarnaast kregen de SS’ers in het kamp meer slaag dan eten, het kwam zelfs voor dat er tijdens het mijnenruimen twee flauw vielen. Later vernam Jean Dirven dat de SS’ers ’s morgens een stukje brood kregen en daar moesten ze het de hele dag mee doen, ze vielen dus flauw van de honger. Jean Dirven wist de burgemeester van Deurne ervan te overtuigen dat hij zo niet verder kon werken, want als er iemand op het verkeerde ogenblik op een mijn trapte konden er meerdere ruimers sterven. Voortaan kon Jean Dirven op kosten van de gemeente Deurne voor iedere ruimer een half brood halen bij bakker Schiks in de Stationsstraat.

Normaal werkten de mijnenruimers twee aan twee naast elkaar en het volgende paar volgde op een afstand van een meter of tien. Er werd op toegezien dat er overlappend geprikt werd. Achter de woning van Sjaak Mennen, N108 in Neerkant, werd even de veiligheid uit het oog verloren en stonden de mijnenruimers met een groepje te dicht bij elkaar. Ze zouden van plan zijn geweest fruit van de fruitbomen te plukken en daarbij werd op een mijn getrapt. Drie SS’ers waaronder Cornelius van Koolwijk, Mathias Hubertus Verheijden en Antonius Johanne van Berkom werden hierbij gedood. Een Nederlandse soldaat Herman Schutte, collega van Jean Dirven, liep nog een paar passen… zei iets en viel dood neer. Hij had een klein wondje midden op zijn borst, een scherf had hem in zijn hart geraakt.

Overlijdensregister

Nederlandse SS’ers uit kamp Vucht bij het mijnenprikken, waarschijnlijk ergens op de Schans in de Neerkant. Ze worden bewaakt door Nederlandse Militairen.

Beneden een foto van een Schu-Mine (houten doosmijn) met omhoogstaand drukdeksel, de ZZ-42 ontsteker zit nog in de springlading. Een van de vele soorten mijnen die in de Peel geruimd werden.

Rapport door Kapitein J.T. de Koningh

Sergeant Jean Dirven