Naam : Schrama
Voornamen : Cornelis Nicolaas
Roepnaam : Cor
Geboortedatum : 07-06-1909
Geboorteplaats : Wassenaar
Wonende : C.23 te Bakel en Milheeze
Rang / Beroep : Landbouwer
Identiteitsplaatje : –
Eenheid : –
Overlijdensdatum : 31-01-1944
Overlijdensplaats : Helmond
Doodsoorzaak : ten gevolge van een geweerschot
Begraafplaats : R.K. Begraafplaats te Brouwhuis-Rijpelberg
Gedenkplaats Gedachteniskapel St. Jozef te Helmond

 

Overige informatie

Zoon van Gerardus Schrama en Maria de Jong, weduwe Johanna Maria Boudewijns.

Op zondagmiddag 30 januari 1944 moest een Boeing B-17 F bommenwerper, met als bijnaam “Martha the II” en het serienummer 42-29761 (VP-W), een noodlanding maken in ‘de Rakt’ te Deurne. Tijdens een missie naar Brunswijk (Duitsland) werd deze bommenwerper, nog voordat haar doel werd bereikt, door enkele Duitse Focke-Wulf 190 jachtvliegtuigen naar beneden gehaald. Harold Arthur HoltzWilbert Everett EasonHarry Fong Lee en Peter Hlynsky kwamen hierbij om het leven. Wilbert Everett Eason wist nog tijdig uit het vliegtuig te springen maar zijn parachute opende niet. Peter Hlynsky was ook uit het vliegtuig gesprongen maar brak tijdens deze sprong zijn nek, hij vroeg aan enkele aangesnelde burgers om een priester, voordat hij stierf aan zijn verwondingen werden hem nog de laatste sacramenten toegediend.

Staff Sergeant Perry E. Beach overleefde de noodlanding maar werd tijdens zijn vlucht al snel door de Duitsers krijgsgevangen genomen. 1st Lieutenant Henri D.Steele, 2nd Lieutenant James R. Settle, 2nd Lieutenant Robert F. Anderson, 2nd Lieutenant Leopold L. Flores en Sergeant Paul 0akly Welch overleefden deze noodlanding ook maar werden eveneens, na een tijdje ondergedoken te zijn, op 19 en 20 maart in Brussel door de Duitsers krijgsgevangen genomen.

Een dag later, tijdens een zoekactie van de Duitsers naar de bemanning van het vliegtuig werd Cornelis Nicolaas Schrama, 200 meter van zijn ouderlijk huis aan de Rakt B.41, neergeschoten. De Duitsers zagen hem hoogstwaarschijnlijk voor een bemanningslid aan, hij overleed dezelfde dag nog aan zijn verwondingen in het ziekenhuis te Helmond.

Proces-Verbaal

“Op den 31 sten Januari 1900 vier en veertig omstreeks 14 uur, bevond ik Johannes Hendricus van den Heuvel, Opperwachtmeester der Marechaussee behoorende tot de Groep Marechaussee Deurne, Post Vlierden, mij op den weg leidende vanaf Wachtpost 28 naar den weg Deurne Helmond, onder Vlierden gemeente Deurne, ter plaatse genaamd “Rakt”. Op genoemd tijdstip hoorde ik op dien weg waarop ik mij bevond, een schot uit een vuurwapen. Ik was daar toen ongeveer 500 van verwijderd.

Ik stapte hierop van mijn rijwiel en kort daarop hoorde ik weer een of twee schoten. Alle schoten kwamen uit de richting weg Deurne Helmond onder Vlierden. Tegelijkertijd zag dat dat op den weg Deurne-Helmond twee personen eenige gebaren makelen en hoorde tegelijker tijd een schreeuwend geluid en direct daarop vielen die personen ook op den weg. Toen ik dat zag was slechts 200 à 300 Meter van de plaats waar de personen vielen verwijderd. Ik reed per rijwiel direct naar deze personen toe. Vòòr dat ik bij de getroffen personen was , kwamen Duitsche militairen vanuit Noordelijke richting uit het veld geloopen, de meeste met geweren bij zich. Deze militairen (eenige er van) waren reeds eer bij de betroffenen personen als ik, doch toen ik daar eenige perso ogenblikken stond, kwamen naar schatting 20 à 25 Duitsche militairen naar de plaats toe. Op het oogenblik dat de personen vielen waren geen andere personen ter plaatse. Wel kwamen enkele ogenblikken daarna enige wielrijders ter plaatse, die van de richting Helmond kwamen.

Van de twee personen die getroffen waren kende ik er een als te zijn genaamd Cor Schrama de tweede persoon kende ik als te zijn genaamd een persoon die meestal bij de ouders van Schrama werkt, en die later bleek genaamd te zijn Kuijpers. Bij onderzoek aan de kleeding van Schrama bleek mij dat deze een bloedende wond had in zijn rechterzij, afgaande op het vele bloed dat hij op die plaats in zijn kleeren had en de vernielde kleren op die plaats, Kuijpers had een diepe bloedende wond in zijn rechteronderarm. Na enkele ogenblikken wan een luxe auto uit de richting Helmond, die ik verzocht de slachtoffers naar het Ziekenhuis te Hlmond over te brengen hetgeen de chauffeur deed. Dit was een auto van de firma Carp te Helmond.

Tijdens het vervoer deelde Schrama mij het volgende mede, op mijn vraag “Hoe maak je het Schrama”De Duitschers hebben mij geschoten”  Schrama was toen hij mij dit verklaarde nog goed bij kennis. Dit heeft Kuijpers ook gehoord en deze heeft mij dit ook verklaard. Toen beide slachtoffers in het Ziekenhuis waren deelde Schrama nij nog mede dat de Duitschers hem hadden geschoten, doch hij kon niet verklaren van welken kant het schot was gekomen. Kuijpers verklaarde in het Ziekenhuis het volgende: “Hedenmiddag te omstreeks 13.30 à 14 uur, kwam ik met Cor Schrama per rijwiel gereden over den kunstweg Deurne-Helmond onder de gemeente Denme. Wij reden In de richting Deurne en kwamen uit de richting Helmond van de woning van Cor Schrama. Plotseling hoorde ik twee schoten. Uit welke richting deze kwamen kan ik niet verklaren. Gelijktijdig zag ik dat bloed langs mijn rechterhand liep en ongeveer gelijktijdig ben ik op den weg gevallen. Schrama zei toen nog tegen mij “De Duitschers hebben mij geschoten”. Ik heb op het ogenblik dat ik werd getroffen geen Duitsers aan den linkerkant van den weg gezien (dit is het terrein waarop ik de Duitsche -soldaten zag tijdens dat geschoten werd. Verbalisant). Ik heb niet hooren roepen “halt” of iets dergelijks. Mijn aandacht werd getrokken naar het terrein waarop een gevallen vliegtuig lag. (Dit is de oppervlakte rechts van de plaats waar Kuijpers zich bevond. Verb.)”. De slachtoffers die door mij naar het Ziekenhuis werden vervoerd is aldaar direct medische-en geestelijke hulp verleend. Dokter Brandhorst te Helmond heeft de beide getroffenen behandeld. Schrama is echter noch denzelfden middag omstreeks 15.30 uur overleden.

De slachtoffers zijn genaamd:

1e. Cornelis Nicolaas Schrama, geboren te Wassenaar 7 Juni 1909, Nederlanden, landbouwer wonende te Bakel, gemeente Bakel en Milheeze C No. 23. 2e Wilhelmus Franciscus Kuijpers, geboren te Helmond 9 December 1912, houtbewerker wonende te Helmond Beelstraat No.11. Nederlander vanaf geboorte.

Alhoewel de ter plaatse aanwezige Duitsche militairen door mij in verbandmet de voorschriften niet zijn gehoord, werd door een der militairen die de slachtoffers mee naar het Ziekenhuis heeft vervoerd, in het Ziekenhuis mij het volgende gezegd, toen ik opmerkte dat het geen werk was (ik bedoelde die menschen aan te schieten)”Ik of er is “halt” geroepen, althans voor zoover ik kon verstaan, werden door dien soldaat deze woorden gezegd.

In afwachting van nadere instructies is door mij het lijk van Schrama voorlopig inbeslaggenomen. Op verzoek van de Duitsche militairen zijn beide getroffenen onder bewaking gesteld waaraan gevolg is gegeven. Mijn Groepscommandant heeft evenals ik onmiddellijk zich in verbinding gesteld met de Ortscommandant Eindhoven en de Feldgendarmerie aldaar, die beiden toezegden te zullen komen. Nog denzelfden avond is door mijn Groepscommandant de Feldgendarmerie medegedeeld dat Schrama was overleden. De Feldgendarmerie deelde toen mede dat deze den volgenden morgen 1 Februari 1944 bericht zou geven hoe gehandeld diende te worden. Mijn Groepscommandant heeft den Heer Officier van Justitie met een en ander in kennis gesteld, die had medegedeeld dat nadere instructies van de Duitsche autoriteiten werden afgewacht.

Waarvan de afgelegde ambtseed is opgemaakt dit proces-verbaal geteekend en gesloten te Deurne Vlierden den 1 Februari 1944.”  

Foto’s van het daadwerkelijke toestel, zie ook haar bijnaam “Martha the II” en het staartnummer 229761.

Sergeant Paul 0akly Welch *03-09-1922 †27-02-2007, welke de crash overleefde.

Jan van de Westerlo met de pilotenkleding van Paul Oakly Welsh die door Peter van de Westerlo (vader van Jan van de Westerlo) uit de handen van de Duitsers werd gehouden.

Bidprentje

Overlijdensregister