Naam : Hope
Voornamen : Arthur
Roepnaam : –
Geboortedatum : 05-12-1922
Geboorteplaats : 6, Alpha Cottages, Baldock Road, Letchworth.
Wonende : Bramble Bank, Holwell, Hertfordshire
Rang / Beroep : Private / leerling timmerman
Identiteitsplaatje : 14205754
Eenheid : Royal Scots, 8th Bn.
Overlijdensdatum : 02-11-1944
Overlijdensplaats : Neerkant
Doodsoorzaak : Op een mijn gereden
Begraafplaats : Nederweert War Cemetery
Gedenkplaats : Hitchin War Memorial (Verenigd Koninkrijk)



Overige informatie

Graflocatie: II. D. 12.

Zoon van Percy Harold Hope en Annie Hope-Doughty.

Het veldgraf van Arthur Hope bevond zich nabij de Moostdijk N. 153 te Neerkant.

In het War-Diary (oorlogsdagboek) van het 8th bn. Royal Scots staat vermeld dat op 2 november 1944, omstreeks 09:30, het bataljon haar hoofdkwartier had verlaten in de richting van het F.U.P. (Forming Up Point | formatiepunt) voor een aanval op de Moostdijk. Tijdens deze bataljonsverplaatsing reed het éérste voertuig, een Universal Carrier (Bren Gun Carrier, licht bepantserd rupsvoertuig) op een Riegel-mine (anti-tank mijn). Bij de explosie die volgde vielen 2 dodelijke slachtoffers in de rang van Signaller (seiner bij een verbindingseenheid) verder waren er nog 4 slachtoffers te betreuren waaronder een OC (Officer Commanding | commandant van de Universal Carrier) en 3 OR (Other Rank | van overige rang). Mogelijk waren Arthur Hope en Peter Reilly Moran de twee dodelijke slachtoffers van dit ongeval.

Helaas werd er verder geen aanvullende informatie gevonden totdat ik een foto kreeg van Jeanette Parker-Russell, dochter van William C. Russell die bevriend was met Arthur Hope en met alle waarschijnlijkheid gewond raakte bij dit ongeval.

In 2020 nam echter Jürgen Beekers contact met mij op, Jürgen adopteerde het graf van Arthur Hope op het Nederweert War Cemetery, een initiatief van van de Stichting Adoptiegraven British War Cemetery Nederweert. Ook Jürgen kwam in contact met Jeanette Parker-Russell zoals ook het Hitchin Historical Society in Hitchin, naar aanleiding van zijn onderzoek kwam Jürgen aan onderstaande informatie:

“William C. Russell werd in 1905 geboren in Kensington (Londen). Hij was in 1923 in het leger gegaan om te dienen bij het 2nd bn. Royal Scots. Hij had hierbij o.a. gediend in Aden, Egypte, China en India. Begin/midden jaren dertig is hij uit het leger gegaan voor een maatschappelijke carrière. Hij is toen in Stevenage (ca. 10 km van Hitchin) gaan wonen. William bleef echter wel als reservist met het leger verbonden.

In Stevenage trouwde William met Millie en werd vader van 2 kinderen (Billy en Jeanette). Op de dag van de oorlogsverklaring van Engeland met Duitsland (2 september 1939) werd William opnieuw opgeroepen door het leger.  Hij werd ingedeeld bij het 8th bn. Royal Scots, welke geheel opnieuw werd geformeerd met uitsluitend jonge onervaren soldaten. William werd hierbij geplaatst in het Signals Platoon van het bataljon.

De ervaring van de, bij het nieuwe bataljon ingedeelde “oude” soldaten, was van grote waarde voor de veelal jonge, uit het burgerleven gerukte, soldaten. Ze maakten de jonge rekruten wegwijs in het leger en zorgden ervoor dat het soldatenleven draagbaar werd voor hun. Ook zorgden ze voor de nodige teamspirit en kameraadschap binnen het bataljon. Hun ervaring was aldus een opsteker voor het jonge bataljon en de trainingsefficiëntie nam zien der wijze toe door hun hulp. In deze omstandigheden leerden William en Arthur elkaar binnen het Signals Platoon kennen en raakten dik bevriend met elkaar. Het was zelfs zo dat William, nog tijdens hun opleiding/training in Engeland, een paar keer met Arthur mee naar zijn ouders thuis op bezoek kwam. Ze konden het goed met elkaar vinden en William beloofde Arthur onder zijn vleugels te nemen en voor hem te zorgen tijdens de aankomende inzet op het vaste land in Europa.

Op 16 juni 1944 landde het bataljon in Normandië om nagenoeg meteen ingezet te worden tijdens operatie Epsom, met als algemeen doel de verovering van Caen. Het bataljon zou betrokken raken bij diverse zware gevechten in Normandië en hierbij zware verliezen lijden. Na de uitbraak uit Normandië rukte het bataljon snel op door Noord-Frankrijk richting België. In België volgde midden september 1944 nog een zware strijd met zware verliezen bij de stad Geel en het dorp Tenaard. Ook bij de aanval op Best eind september/begin oktober 1944 leed het bataljon zware verliezen.

Vanaf 20 oktober 1944 nam het bataljon deel aan “Operation Pheasant” waarbij op 27 oktober 1944 Tilburg werd bevrijd. Tijdens de festiviteiten kreeg het bataljon in de nacht van 27 op 28 oktober bevel om zich met spoed naar Deurne te verplaatsen om een Duitse tegenaanval te stoppen. De tegenaanval werd voor Deurne gestopt en het bataljon rukte in de dagen erna op naar Liessel. Het bataljon raakte hierbij betrokken bij zware gevechten in de Dennendijkse bossen. Liessel werd op 31 oktober en 1 november bevrijd waarna op 2 november de aanval op Neerkant begon. Tijdens deze aanval reed een Universal Carrier op een riegel-mine (anti-tank mijn) waarbij 2 signallers omkwamen en 4 gewond raakten. Hierbij kwam hoogstwaarschijnlijk dus Arthur Hope om het leven en raakt William gewond.

William zou uiteindelijk herstellen van zijn verwondingen en verder deelnemen aan de rest van de oorlog.  Na de oorlog keerde hij terug naar zijn gezin. Maar William zou altijd veel verdriet blijven houden aan de dood van Arthur. Hij voelde zich ook erg schuldig omdat hij de ouders van Arthur belooft had voor hem te zorgen.

Hij bleef na terugkomst contact houden met de ouders van Arthur en bezocht hen ook enkele keren om hun en zijn verdriet te delen.”

Overlijdensadvertentie