Een poging tot reconstructie | door dr. Kees Vernooij

1. Vooraf
Naar aanleiding van de moord op Mike Goedhart op 26 maart 2020 in Cothen vermeldde de Moordatlas het volgende:

.

.

Over de dood van Baumgartner is in Cothen vrijwel niets bekend. Toen ik in 1995 op verzoek van de toenmalige gemeente Cothen een boekje over Cothen in de Tweede Wereldoorlog schreef, heb ik in de archieven van de gemeente niets over een gedode Duitse militair op het einde van de oorlog gevonden. De mensen die ik toen sprak zeiden er ook niets over.

De zogenaamde Moordatlas maar ook een gesprek in 2019 met de hoogbejaarde Siem Vernooij waren dan ook de aanleiding om onderzoek te doen om meer over de dood van Baumgartner te weten te komen. Daarbij deed zich vanwege het vrijwel volledig ontbreken van schriftelijke informatie ook de vraag voor: was de dood van Baumgartner misschien ook een van de taboes die in Cothen nog bestaan over bepaalde zaken uit de Tweede Wereldoorlog? Bij taboes moet worden gedacht aan onderwerpen als:

  • Het verraden van Van Leur en Van de Kamp door een familielid; veraad dat tot hun dood in april 1945 tot gevolg had;
  • De dood van Marius Middelweerd op 21 februari 1945;
  • Door de Duitse militairen georganiseerde dansavonden in De Kroon;
  • De Cothense jonge vrouwen die op het einde van de oorlog met de Duitse militairen naar Duitsland vertrokken.

De taboes betekenen ook, dat mensen daarover niet willen praten.

2. Wie is Karl Baumgartner? (mogelijke foto van Karl Baumgartner)

Karl Baumgartner werd geboren op 10-02-1922 in Liefering, een stadsdeel van de Oostenrijkse stad Salzburg. De toen 23-jarige had de rang van SS-Rottenführer (korporaal) in de 1./ SS-Gebirgs-Nachrichtenabteilung 6 van het 6. SS-Gebirgsdivision “Nord”, onderscheiden op 30-01-1944 met het Kriegsverdienstkreuz 2. Klasse mit Schwerten (ook wel KVK2, Kruis voor Oorlogsverdiensten 2e klasse met zwaarden).

Volgens Siem Vernooij (2019) had zijn broer Gert Vernooij jr. een Duitse militair opgepikt en bracht hij die man op de platte wagen mee naar huis. De Duitse SS-militair was alleen. Waarschijnlijk was hij gedeserteerd en had hij psychische problemen. Het huis is boerderij de Dom aan de Groenewoudseweg. De militair sliep die avond bij Vernooij in de huiskamer, want alle ruimtes op de boerderij waren door evacués bezet. De volgende dag ging de militair te voet richting de Stefanushoeve  van Jan van Dijk (nu Graaf van Lijnden van Sandenburgweg 6). Bij Van Dijk werd hij door twee mensen van het Cothense verzet opgehaald. Hij wilde aan hen zijn wapen niet afgeven. Waarschijnlijk werd hij vervolgens gebracht naar een toenmalige schuur naast het huis van Jan Rosengarten aan de Bredeweg. De soldaat zat in die schuur enige tijd gevangen of ondergedoken. We weten niet hoe lang. Wel ging Baumgartner hem op een gegeven moment knijpen, omdat hij bang was dat de Duitsers hem zouden vinden. Om die reden deed hij voorkomen dat hij door het verzet was opgepakt.

Baumgartner werd op een gegeven ogenblik door Kees van Woudenberg (in het dorp ‘oude’)  Kees genoemd, omdat hij al op jonge leeftijd kaal was, van het Cothense verzet opgehaald, achter op de fiets meegenomen en later werd hij in de bossen bij de Weerdesteinselaan (Peklap) op 6 april 1945 ’s avonds door leden van het Cothense verzet doodgeschoten. Vervolgens werd hij volgens een brief van Vollmüller (1995) – brief afkomstig uit het archief van D’Hert – die in 1945 bij Middelweerd in de Dorpsstraat  ondergedoken zat,  in een schuttersputje langs de toenmalige Provinciale weg – nu de Graaf van Lijnden van Sandenburg – richting Werkhoven gegooid.  Er waren in opdracht van de Duitsers verschillende schuttersputjes langs die weg gegraven zodat ze daar bij de komst van geallieerde jagers snel bescherming in konden vinden.  De vraag blijft dan nog onbeantwoord: waarom is hij niet bij de Weerdesteinselaan begraven? Die omgeving leent zich ervoor om mensen ‘weg te werken’.

Verzetsman Van Woudenberg was enkele dagen niet thuis en toen hij weer thuis bij zijn ouders in de Kerweg kwam zei hij tegen zijn vader: Het is achter de rug.

Baumgartner werd door in de richting van Utrecht trekkende Duitse militairen gevonden en uiteindelijk op de algemene begraafplaats Tolsteeg in Utrecht begraven en later herbegraven op het Duitse oorlogskerkhof in het Limburgse Ysselsteyn.

.

Duitse militaire begraafplaats Ysselsteyn. (Bron: Find a Grave)

In het boekje ‘3 Dorpen over Bunnik, Odijk en Werkhoven in de periode 1940-1945’ (1980) staat vermeld dat er op het einde van de oorlog in Cothen een Duitse militair was neergeschoten. De militairen die het lichaam van Baumgartner op een boerenwagen naar Utrecht vervoerden, waren daar briesend over. Ze baarden hem op op het erf van B. – waarschijnlijk boerderij het Wed aan de Leemkolkweg in Werkhoven – en plukten tulpen uit de boer zijn tuin om op de baar te leggen om Baumgartner daarna naar het gedeelte voor overleden Duitse militairen van de algemene begraafplaats Tolsteeg in Utrecht te brengen.

3. Wat is er nog meer bekend over de dood van Baumgartner?
In Nederlandse en Duitse archieven is vrijwel niets over de dood van Baumgartner te vinden. Ook niet over hoe hij op de algemene begraafplaats Tolsteeg terecht kwam. Nergens is daar informatie over te vinden.

De dood van Baumgartner wordt wel vermeld in het boek ‘Recht op wraak. Liquidaties in Nederland 1940-1945’ van Jack Kooistra en Albert Oosthoek (PENN Uitgeverij, Leeuwarden 2009). Op zijn Grabmeldung van de algemene begraafplaats Tolsteeg staat: ‘Baumgartner ist auf 6 april 1945 durch Terroristen erschossen’. De Duitse Grabmeldungen zijn nu ondergebracht bij de begraafplaats Soestbergen.

4. Waarom doodden leden van het Cothense verzet Baumgartner?
Eerder werd al aangegeven, dat de gedeserteerde militair ‘lastig’ werd. Dat zou de reden van zijn dood kunnen zijn. Het verzet was mogelijk bang dat de soldaat hen aan de Duitsers zou verraden. Hij. liet af en toe doorschemeren dat hij door het verzet opgepakt zou zijn. Dit werd door het verzet mogelijk als bedreigend ervaren. Er wordt echter ook door diverse Cothenaren gesproken over wraak van enkele leden van het verzet. Waarom wraak? Bij de jonge verzetsman Kees van Woudenberg speelde misschien mee, dat zijn licht gehandicapte broer Henk van 11 jaar in december 1944 door een dronken Duitse militair ter hoogte van de boerderij van Jan van Dijk (Stefanushoeve) werd aangereden en kort daarna overleed. Daarnaast waren op 20 maart 1945 vijf leden van het Cothense verzet, waaronder de leiding Van de Kamp en Van Leur, na verraad door de Duitsers opgepakt. Dat veroorzaakte grote paniek bij de overige – vooral jonge – Cothense verzetslieden.

Kortom: Het lijkt erop – en ook verschillende oude Cothenaren geloven daarin – dat wraak het motief was om de militair te doden. Dit verklaart ook dat leden van het Cothens verzet nooit spraken over de dood van Baumgartner.

5. Had de dood van Baumgartner gevolgen?

Volgens Vollmüller (1995) zou het executeren op fort De Bildt van de opgepakte Cothense verzetslieden Ben van Leur en Arnold van de Kamp op 16 april 1945 een represaille voor de dood van Baumgartner zijn geweest.

.

Ben van Leur
Arnold van de Kamp

Dat was het verhaal wat in april 1945 in Cothen de ronde deed. De andere drie opgepakte Cothense verzetslieden werden op de dag van de executie van Leur en Van de Kamp door de Duitsers ’s avonds vrij gelaten (Vernooy 1995).

Op 16 april 1945 werden Van Leur en Van de Kamp zonder veroordeling met acht andere verzetsstrijders op fort De Bildt doodgeschoten. Hun executie zou volgens Caspers (1989) een vergelding zijn voor de aanslag in de nacht van 6 op 7 maart 1945 op SS-generaal Rauter bij Woeste Hoeve op de weg Arnhem-Apeldoorn. De verklaring van Caspers over de dood van Van de Kamp en Van Leur moet in twijfel getrokken worden, omdat de represailles vanwege de aanslag op Rauter vrijwel onmiddellijk na de aanslag plaatsvonden, terwijl Van de Kamp en Van Leur ruim een maand later gefusilleerd zijn. Ook in de publicatie ‘Woeste Hoeve’ komen de namen van Van de Kamp en Van Leur niet voor, terwijl Berends (1995) in zijn boek een definitieve lijst van de slachtoffers van de wraakactie publiceert.

Ook zou er na de vondst van Baumgartner door de Duitsers in Cothen een pamflet zijn opgehangen waarop stond dat bij herhaling van een dergelijke daad drie willekeurige boerderijen in Cothen onteigend zouden worden, maar ook in brand zouden worden gestoken.

6. Tot slot
Het raadplegen van diverse oorlogsarchieven hielp niet om tot meer info over de dood van Karl Baumgartner te komen. Vooral tijdens de laatste oorlogsweken werd er door de Duitsers maar ook door leden van het verzet weinig of niets opgeschreven. Om die reden zijn voor onderzoek notities en observaties van burgers uit die tijd, zoals die Van Vollmüller, ontzettend belangrijk. Dergelijke notities horen in het regionaal archief thuis.

Literatuur:

  • Berends, Henk (1995): ‘Woeste Hoeve. 8 maart 1945’. Kampen: Kok Voorhoeve.
  • Caspers, Loek (1989). Langbroek in de Tweede Wereldoorlog. Langbroek: de gemeente Langbroek.
  • Culturele Raad (1980). 3 Dorpen 1940-1945. Bunnik, Odijk en Werkhoven. Bunnik: Culturele Raad van Bunnik.
  • Slot, Eric (2020). Praten met een vuurwapen. Moordatlas 26 maart 2020.
  • https://moordatlas.nl/event/2898
  • Vernooy, Kees (1995). Een impressie van Cothen in de Tweede Wereldoorlog. Cothen: een uitgave van de gemeente Cothen.
  • Vollmúller, C. (1995). Een brief van C. Vollmüller uit Ommen (29 mei 1995) aan Levien D’Hert. Cothen: archief Levien D’Hert

Met dank aan: (voor de door hen verstrekte informatie)

  • Siem Vernooij († 2021)
  • Richard Schoutissen van Stichting Oorlogsslachtoffers

Dr. Kees Vernooy was o.a. lector Effectief taal- en leesonderwijs en is geïnteresseerd in de sociale geschiedenis van het Kromme Rijngebied.