Antoon Theodor Thielen

Naam : Thielen
Voornamen : Antoon Theodor
Roepnaam : -
Geboortedatum : 22-01-1905
Geboorteplaats : Sevenum
Wonende : Langstraat D.65b te Deurne
Rang / Beroep : Landbouwer
Identiteitsplaatje : -
Eenheid : -
Overlijdensdatum : 24-12-1944
Overlijdensplaats : Deurne
Doodsoorzaak : ten gevolge van salvo uit boordkanon
Begraafplaats : R.K. Begraafplaats te Walsberg
Gedenkplaats : -

Overige informatie

Zoon van Pieter Jan Thielen en Maria Gertrudis Raedts, weduwe Johanna Mechtilda Swinkels.

Nadat Antoon Theodor Thielen werd begraven op de R.K. Begraafplaats Oude Parochie Deurne werd zijn stoffelijk overschot herbegraven in de ochtend van 20 september 1986 tijdens de uitvaart van zijn echtgenote Johanna Mechtilda Swinkels, dit in het bijzijn van zijn zoon Jan Thielen en kleinzoon Jan Reijnders, op de R.K. Begraafplaats te Walsberg.

Op 24-12-1944 maakte Squadron Leader J.H. Deall (zie foto beneden), bevelhebber van het 266 Squadron, na beschietingen door Duits luchtafweergeschut (FLAK) een noodlanding aan de Nachtegaalweg met zijn Hawker Typhoon IB. Naar aanleiding van dit voorval en de onderstaande gebeurtenis overleden Antoon Theodor Thielen en Adrianus Vogels. Weer twee andere, Janus Nooijen en Hendrik Bellemakers, raakte hierbij gewond. Wat er die dag volgens de piloot gebeurde verklaarde Squadron Leader J.H. Deall in eigen woorden en schreef dit in zijn dagboek. De Nederlandse vertaling en enkele correcties c.q. aanvulling op deze verklaring vindt u beneden deze verklaring.

“Early on Christmas Eve morning 1944, I set out from Antwerp as a pair with flight sergeant Morgan flying as my number two, to look for opportunity targets in the frontline area. We soon found a military convoy which we proceeded to strafe, receiving in return the usual hot reaction. I was hit in the oil and coolant radiators and my number two reported that I was trailing smoke.

I reduced the power to minimum revs and headed for friendly territory, now of course only able to fly very slowly, but keeping weaving, and flying as low as possible. My number two, bless him, kept with me, sharing the flak which came at us for quite some miles, the area obviously being well defended. Not long after regaining friendly territory my engine packed in. It had done remarkably well to last so long. Fortunately ahead was a series of large polders divided by the usual tree-lined embankments. I put down in the first one, pulling down a telephone line at the threshold. The touchdown was quite smooth but as the ground was completely frozen the aircraft skidded along seemingly endlessly until at last it hit the tree line embankment, bounced between two trees and came to rest on a road.

I was unhurt and greatly relieved to be down safely. Looking out I saw the road was lined with white tapes, and tied to the nearest tree was a notice which read ‘Clear of mines.’ I was even more relieved. I called my number two to say all was well. He called “Good show”, and headed home. I switched everything off and got out to survey the damage. An old Dutchman rode up on a bicycle. He got me to understand that I should take his bike and get help from an army camp up the road while he stayed with my aircraft. I thanked him and went off on the bike, finding the army HQ two or three miles away. They kindly gave me a whisky and milk—it was a freezing morning. After some breakfast they took me and the bike back to the aircraft.

There we found quite a crowd of locals around the aircraft, and to my great distress I saw a blanket covered figure lying in front of the starboard wing. A young girl who was the local doctor’s daughter could speak good English and she told me what had happened. It seems that a young man had got into the cockpit, taking no notice of the protests of my old helper, had strapped on my parachute and donned my flying helmet. He must have played around with the switches and controls but eventually he selected and pressed a firing button, causing two of the 20mm cannons to fire, killing the old man who had been standing in front of the aircraft.

The young girl was wonderful and consoled and comforted me, as did the crowd, which helped me a great deal. A guard was mounted and I was taken away from the sad scene that to the nearest Air Force Base where appropriate reports were made. I then travelled by road back to Antwerp, arriving at dusk.”

“In de vroege ochtend van Kerstavond 1944 vloog ik uit vanaf Antwerpen, tezamen met flight sergeant Morgan die als mijn nummer twee in een ander vliegtuig meevloog, op zoek naar kansdoelstellingen in het frontlinie gebied. Wij vonden al snel een militair konvooi welk wij gingen beschieten, in ruil daarvoor ontvingen wij de gebruikelijke tegenreactie. Ik werd hierdoor geraakt in de olie- en koelmiddel radiators en mijn nummer twee rapporteerde dat ik een rookspoor achterliet.

Ik minderde snelheid naar een minimaal toerental en zette koers naar vriendschappelijk grondgebied, natuurlijk was ik alleen in staat om langzaam te vliegen, maar ik bleef in de lucht en dit zo laag mogelijk. Mijn nummer twee, godzijdank, bleef bij me in de buurt en deelde de FLAK (Luchtafweergeschut) die ons nog enkele mijlen trof, het gebied werd blijkbaar goed verdedigd. Kort na het herwinnen van vriendschappelijk grondgebied begaf de vliegtuigmotor het. Deze had opmerkelijk goed gefunctioneerd om zo lang te blijven presteren. Gelukkig kwamen er een reeks polders die door de gebruikelijke wallen met boomlijnen werden verdeeld. Ik zette in de éérste neer waarbij ik een telefoonkabel neertrek aan de rand van de wal. De landing verliep vrij vlot maar aangezien de grond volledig bevroren was gleed het vliegtuig schijnbaar eindeloos totdat het uiteindelijk tegen de wal van de boomlijn gleed en tussen twee bomen door op de weg tot stilstand kwam.

Ik was ongedeerd en opgelucht om veilig aan de grond te zijn. Kijkend naar buiten zag ik dat de weg met witte tape was gemarkeerd en aan de meest dichtbijgelegen boom was een notie waarop geschreven stond ‘vrij van mijnen’. Ik was nu nog meer opgelucht. Ik melde mijn nummer twee dat alles goed was. Hij melde “goede show” en vloog terug naar huis. Ik schakelde alles uit en verliet het vliegtuig om de schade op te nemen. Een oudere Nederlander kwam met zijn fiets mijn richting opgereden. Ik begreep dat hij mij zijn fiets ging geven zodat ik hulp kon gaan vragen in een verderop gelegen legerkamp terwijl hij bij mijn vliegtuig zou blijven. Ik dankte hem en ging op zijn fiets richting het militair hoofdkwartier drie tot vijf kilometer verder. Daar aangekomen gaven ze me Whisky met melk – het was een ijskoude morgen. Na een ontbijt brachten ze mij en de fiets terug naar het vliegtuig.

Daar troffen we een menigte van mensen rond om mijn vliegtuig en tot mijn groot verdriet zag ik, voor de stuurboord vleugel, een man onder een wit laken liggen. Een jong meisje, een dochter van de plaatselijke huisarts, kon goed Engels spreken en vertelde mij wat er was gebeurd. Het scheen dat een persoon, tegen protest van mij oudere helper in, in de cockpit was gegaan mijn parachute had aangetrokken en helm had opgezet. Hij moet met de schakelaars en drukknoppen gespeeld hebben en uiteindelijk op de vuurknop hebben geduwd waardoor twee van de 20mm boordkannonen afging en de oudere man, die voor het vliegtuig stond dodelijk trof.

Het jonge meisje was bewonderenswaardig, ze stelde mij gerust en troostte me zoals ook de menigte mij voortreffelijk hielp. Er werd een wacht bij het vliegtuig gezet en ik werd weggehaald van deze droevige scène en naar de dichtstbijzijnde Air Force luchtmachtbasis gebracht waar de benodigde rapporten werden geschreven. Daarna reisde ik over de weg weer terug naar Antwerpen waar ik bij schemer aankwam”

De meeste omstanders waren buurtgenoten die na de kerkdienst richting huis gingen en naar aanleiding van bovenstaand gebeuren naar het vliegtuigwrak gingen kijken, net zoals Antoon Theodor Thielen die zich met een fiets naar het vliegtuig snelde. Volgens ooggetuigen bleek het echter géén jongeman te zijn die in het vliegtuig was gekropen maar een buurtbewoner in oudere leeftijd. Janus Nooijen hield het al snel voor gezien en was weer onderweg naar huis toen hij vanaf een grote afstand toch nog geraakt werd door het vuursalvo. Het jonge meisje waarover de piloot schreef was vermoedelijk Carla Verhaeghen, dochter van de toenmalige huisarts Remy Verhaegen. Als het landingsgestel van het vliegtuig niet was afgebroken en het vliegtuig derhalve in een andere hoek stond had zich bovenstaand drama mogelijk niet afgespeeld.

Squadron Leader J.H. Deall

Typhoon IB

Bidprentje

Bidprentje

Overlijdensregister

Laat een reactie achter